Autoriteit Persoonsgegevens op de vingers getikt door Nederlandse rechter

Afgelopen maandag 23 november 2020 had de rechtbank Midden-Nederland een primeur: een boetebesluit van de Autoriteit Persoonsgegevens is voor de eerste keer in Nederland vernietigd.

Foto: Femmie Schets, juridisch medewerker bij Holla Advocaten

In het bestreden besluit van 16 juli 2020 had de AP aan het videoplatform VoetbalTV een boete van 575.000 euro opgelegd voor het volgens haar onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens. De rechtbank heeft dit boetebesluit vernietigd, maar hoe de rechtbank tot dit besluit is gekomen en wat deze uitspraak bijzonder maakt? 


Waarom werd VoetbalTV een boete opgelegd?  
VoetbalTV is een videoplatform voor het amateurvoetbal en daarnaast is het ook een sociaal platform. Op het VoetbalTV-platform kan men voetbalmomenten terugkijken, wedstrijden analyseren, gegevens verzamelen en delen met anderen. Eind 2018 is er door Autoriteit Persoonsgegevens (‘AP’) een onderzoek gestart naar de privacy van spelers en toeschouwers die mogelijk (kunnen) verschijnen op het videoplatform.


Op basis van dit onderzoek concludeerde de AP dat door de video-opnamen sprake is van een inbreuk op de privacy van een groot aantal betrokkenen, onder wie veel minderjarige voetballers. De AP verwijt VoetbalTV dat zij zonder rechtsgeldige grondslag video-opnamen heeft gemaakt van een groot aantal amateurvoetbalwedstrijden en dat zij deze beelden tevens heeft verspreid onder een groot publiek via haar platform en via de analysetools.


De AP oordeelt in haar boetebesluit dat de verwerking niet noodzakelijk is voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van VoetbalTV of van een (andere) derde. Hiermee strandt volgens haar de toets om te bepalen of er sprake is van een gerechtvaardigd belang al bij de eerste voorwaarde.


Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt namelijk dat voor een geslaagd beroep op het gerechtvaardigd belang aan drie voorwaarden moet worden voldaan: (1) een gerechtvaardigd belang, (2) de noodzakelijkheidstoets, en (3) de belangenafweging.[1]


De AP stelt zich op het standpunt dat een gerechtvaardigd belang, een belang is dat in wetgeving is benoemd als rechtsbelang. Wil een belang als gerechtvaardigd belang kunnen worden aangemerkt, dan moet dit belang volgens haar een min of meer dringend en specifiek karakter hebben dat uit een (on)geschreven rechtsregel of rechtsbeginsel voortvloeit. Volgens de AP zijn zuiver commerciële belangen en het belang van winstmaximalisatie niet specifiek genoeg en missen een dringend ‘wettelijk’ karakter. Hierdoor zouden deze belangen niet kunnen worden aangemerkt als gerechtvaardigde belangen. Deze uitleg sluit aan bij haar eerdere normuitleg voor de grondslag ‘gerechtvaardigd belang’, namelijk:


Wat ook niet als een gerechtvaardigd belang kwalificeert, is bijvoorbeeld: het enkel dienen van zuiver commerciële belangen, winstmaximalisatie, het zonder gerechtvaardigd belang volgen van het gedrag van werknemers of het (koop)gedrag van (potentiële) klanten, etc.”


De AP is van mening dat de kern van de activiteiten van VoetbalTV bestaat uit de verwerking van persoonsgegevens en met die gegevensverwerking verdient zij geld. VoetbalTV zou daarmee een zuiver economisch belang hebben bij het verwerken van persoonsgegevens. Na deze conclusie achtte de AP het niet meer nodig om de andere twee voorwaarden voor het gerechtvaardigd belang (de noodzakelijkheidstoets en de belangenafweging) te behandelen. De AP heeft een boete opgelegd ter hoogte van 575.000 euro.


VoetbalTV is vervolgens tegen dit boetebesluit in beroep gegaan en dit beroep is afgelopen maandag behandeld door de rechtbank Midden-Nederland in de volgende uitspraak.


Is de journalistieke exceptie van toepassing? 
VoetbalTV betoogt ten eerste dat de journalistieke exceptie als omschreven in artikel 85 Algemene Verordening Gegevensbescherming (‘AVG’) op haar gegevensverwerkingen binnen het platform van toepassing is. Deze exceptie is niet alleen in het leven geroepen voor mediaondernemingen, maar geldt voor alle journalistieke activiteiten, zolang de betreffende activiteiten maar de bekendmaking aan het publiek van informatie, meningen of ideeën tot doel hebben. Het soort overdrachtsmedium speelt hierbij geen rol.

De rechtbank stelt echter dat de journalistieke exceptie enkel van toepassing is op de verwerking van persoonsgegevens die uitsluitend plaatsvindt voor journalistieke doeleinden. De rechtbank komt hier tot het oordeel dat het opnemen van de voetbalwedstrijden en het uitzenden daarvan, niet uitsluitend een journalistiek doel dient. De uitzending van de amateurvoetbalwedstrijden kan immers niet worden aangemerkt als een bekendmaking aan het publiek van informatie, meningen of ideeën. Hiervoor hebben de wedstrijden te weinig nieuwswaarde. De rechtbank volgt VoetbalTV op dit punt dus niet.


Is er een gerechtvaardigd belang? 
In de betreffende zaak is niet in geschil tussen partijen dat VoetbalTV geen toestemming heeft van alle betrokkenen van wie persoonsgegevens worden verwerkt bij het maken van video-opnamen en het uitzenden van de beelden. Ook is er geen sprake van een verwerking die noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst. De rechtbank dient dus te beoordelen of VoetbalTV een gerechtvaardigd belang heeft voor de verwerking van de persoonsgegevens.


Uit eerdere rechtspraak komt geen duidelijke omschrijving voort waaruit blijkt wat een gerechtvaardigd belang precies inhoudt en de interpretatie van de AP dat het – kort gezegd – zou moeten gaan om een rechtsbelang, heeft de rechtbank dan ook niet als zodanig uit eerdere (Europese) rechtspraak kunnen afleiden. Het Hof van Justitie heeft daarentegen wel bij herhaling bevestigd dat het lidstaten (en de privacywaakhonden) niet vrijstaat om een beroep op het gerechtvaardigd belang voor bepaalde categorieën verwerkingen op voorhand of categorisch uit te sluiten.[2] Ook niet voor commerciële belangen.


De rechtbank merkt hierbij wel op dat volgt uit de eerdere rechtspraak, conclusies van de advocaat-generaal en een opinie van WP29[3] omtrent het gerechtvaardigd belang, dat VoetbalTV in ieder geval geen belang mag nastreven dat in strijd is met de wet en zij mag ook niet buiten haar statutaire doel omgaan. Wat haar gerechtvaardigd belang bij de verwerking van persoonsgegevens dan wel is, moet VoetbalTV vervolgens zelf stellen en zij moet daar ook feitelijk naar handelen.


Te strikte normuitleg AP
Volgens de AP is het belang dat VoetbalTV nastreeft met het verwerken van persoonsgegevens een louter commercieel belang. VoetbalTV stelt zelf echter dat haar gerechtvaardigd belang bij het opnemen en uitzenden van de beelden onder meer is gelegen in de vergroting van de betrokkenheid, het spelplezier van voetballiefhebbers en het uitvoeren van (technische) analyses.


Met de strikte normuitleg die de AP momenteel hanteert, is zij niet toegekomen aan de beoordeling van het gerechtvaardigd belang als voorgeschreven in de eerdere rechtspraak. Hiermee heeft de AP het gerechtvaardigd belang niet op een open en flexibele manier uitgelegd, zoals zij wel zou moeten volgens de rechtbank. De rechtbank stelt dat de AP daarmee miskent dat het begrip ‘gerechtvaardigd’ belang vooral als buitengrens dient voor een beoordeling en niet als een zodanige drempel.


Nu de AP de verwerking van persoonsgegevens niet volledig heeft onderzocht aan de hand van de drie voorwaarden voor een gerechtvaardigd belang, is het besluit voor het overige niet voldoende zorgvuldig genomen en daarmee in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Het boetebesluit kan dan ook niet in stand blijven en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit.


Slotsom 
Betreffende uitspraak is van groot belang nu de AP voor de eerste keer op de vingers is getikt door een Nederlandse rechter. Een commercieel belang (en ieder ander belang) kan aldus niet op voorhand worden uitgesloten als ‘gerechtvaardigd’ en dit biedt kansen voor vele (commerciële) bedrijven. Bovendien is de uitspraak van belang nu nog maar eens duidelijk is geworden dat de toelichtingen van de AP ‘slechts’ een leidraad vormen en geen bindende wetgeving of een bindend advies zijn. Ook de AP kan teruggefloten worden door de rechter.


De uitspraak komt voor VoetbalTV wel als mosterd na de maaltijd; VoetbalTV hoeft de boete niet te betalen, maar ondertussen is het faillissement van VoetbalTV uitgesproken.
 

[1] Hof van Justitie van de Europese Unie, 29 juli 2019, nr. C-40/17, ECLI:EU:C:2019:629 (Fashion ID).

[2] Zie bijvoorbeeld Hof van Justitie van de Europese Unie inzake ASNEF, 24 november 2011, nrs. C-468/10 en C-469/10, ECLI:EU:C:2011:777, r.o. 48 en het arrest inzake M5A-ScaraA, 11 december 2019, nr. C-708/18, ECLI:EU:C:2019:1064, r.o. 53.

[3] De voorloper van de European Data Protection Board (EDPB).


Geschreven door Femmie Schets juridisch medewerker bij Holla Advocaten.
 
Geplaatst op 12-02-2021


Share on: