Enno Wiertsema: ‘Free-Riders' helpen ons niet vooruit

Enno Wiertsema, algemeen directeur van brancheorganisatie Adfiz schrijft maandelijks een column. Dit keer in zijn column het belang van het aansluiten bij een branchevereniging. "Hoe meer gewicht je in de schaal legt, hoe groter je impact."

'Gebrek aan samenwerking is bedreiging voor het intermediair', kopte AM eind vorige week bij monde van Jurjen Oosterbaan. En twee weken eerder, in zijn speech tijdens de Nieuwjaarsboodschap, verwonderde ook onze voorzitter, Roger van der Linden, zich erover dat grote aantallen adviseurs niet verenigd zijn. "Dat komt de professionalisering van onze beroepsgroep niet ten goede", zei hij daarover. Iets wat hij niet alleen vindt, want: “Dat hoor ik ook in gesprekken met ministeries, aanbieders en toezichthouders".


Ik ben het volledig met beide heren eens. En ik ga er van uit dat jij er ook zo over denkt. Want hoe substantiëler de aantallen, hoe meer gewicht je in de schaal legt en hoe groter je impact. Zo simpel is het nu eenmaal. 'Ja, maar wat levert een lidmaatschap mij op? Wat krijg ik ervoor terug?’, wordt mij dan wel eens gevraagd. Maar een vereniging is geen supermarkt waar je na het afrekenen je boodschappen mee krijgt. Je aansluiten bij een vereniging zoals Adfiz gaat om veel meer. Vergelijk het met het lidmaatschap van de plaatselijke voetbalvereniging. Daar ga je ook niet lopen turven wat het je allemaal oplevert. Nee, daar ga je heen om met gelijkgestemden een gedeelde passie te beoefenen. Om van elkaar te leren. En om er samen voor te strijden dat de club nog prominenter op de kaart wordt gezet zodat niemand er meer omheen kan. In de kern verschilt dat helemaal niet zoveel met het lidmaatschap van Adfiz.


Het frappante is ook dat ik met de leden eigenlijk nooit het 'wat heb ik eraan'-gesprek hoef te voeren. Die vragen mij of mijn collega's om extra informatie over – pak 'm beet – de AVG of willen van gedachten wisselen over ons standpunt in een bepaald dossier. Zij weten, voelen en ervaren waarom het belangrijk is dat ze lid zijn. De een weliswaar meer dan de ander. En zo is de een ook actiever betrokken bij de vereniging dan de ander, maar ze weten stuk voor stuk waarom verenigen belangrijk is. En stuk voor stuk vinden ze dat te belangrijk om af te doen met een ‘wat maakt het qua impact uit om een lid meer of minder te hebben'.


En – in alle eerlijkheid – een lid meer of minder maakt voor de kracht van het collectief ook helemaal geen bal uit. Net zoals een stem meer of minder bij de verkiezingen doorgaans niet het verschil zal maken. Maar als iederéén zo denkt, zijn we als beroepsgroep binnen de kortste keren overgeleverd aan de grillen van aanbieders, toezichthouders en consumentenorganisaties. En de politieke agenda van bewindslieden. En dan wordt het ineens een heel ander verhaal. Want dan gaan partijen die onze klanten niet kennen, ons vak niet snappen en onze toegevoegde waarde niet inzien, bepalen wat belangrijk en nodig is. Dat is niet alleen funest voor ons en ons vak; het is vooral schadelijk voor onze klanten. Een ‘free-rider'-houding gaat onze beroepsgroep niet vooruit helpen in de huidige door digitale ontwikkelingen dynamische en snel veranderende wereld.


Dus, verenig je. Laat oud zeer of wat je dan ook tegenhoudt geen belemmering zijn om je aan te sluiten bij Adfiz. Of bij een van de andere belangenorganisaties binnen onze branche. Want plat gezegd: meer leden, betekent meer geld. En daardoor ontstaat meer ruimte om nóg aanweziger te zijn in Den Haag. Om als beroepsgroep campagnes op poten te zetten, gericht op de eindklant. Om kennis te ontsluiten. Om netwerkevenementen te organiseren. Om inhoudelijke expertise in te huren om falend overheidsbeleid aan te kaarten. Om..., moet ik doorgaan? Volgens mij is mijn punt wel duidelijk. Zo niet, bel me. Ik praat hierover graag verder met je. Maar vraag me niet wat een lidmaatschap oplevert.

 
Bron: Adfiz
Geplaatst op 01-02-2021


Share on: