Dekkingsgeschil bij CAR-verzekering

Blaasvorming op het ijs; het schaatst niet lekker, maar is het ook schade in zin van de polisvoorwaarden? Bedrijf X heeft onderhoudswerkzaamheden verricht aan 2 banen van een ijsbaancomplex. De werkzaamheden bestonden uit het aanbrengen van een coatingsysteem bestaande uit meerdere lagen.

Op 30 juni 2015 werd de toplaag aangebracht. Eind augustus werd er blaasvorming geconstateerd op 5% van het werk. Dit werd verholpen en in oktober 2015 gingen de ijsbanen weer open. Aan het einde van het schaatsseizoen, begin april 2016, bleek echter dat 50% van de toplaag onthecht was van de tussenlaag.

Het ijsbaancomplex heeft X aansprakelijk gesteld voor de kosten (ongeveer EUR 92.000,-) die gepaard gingen met het herstellen van de toplaag. X heeft deze schade gemeld bij haar verzekeraar alwaar zij een CAR (Construction All Risk)-verzekering had afgesloten, die de materiële schade dekt die ontstaat tijdens de bouw of montage van gebouwen, wegen, bruggen en installaties. De CAR-verzekeraar weigerde echter dekking te verlenen. Volgens haar was geen sprake van een beschadiging als bedoeld in de polisvoorwaarden omdat de door X aangebrachte toplaag nooit gaaf was geweest.

Hierop begon X een bodemprocedure. De rechtbank oordeelde dat de verzekeraar geen dekking hoefde te verlenen, waarna X in hoger beroep is gegaan. In hoger beroep staat de vraag centraal of de loslating van de toplaag van de coating van de tussenlaag is aan te merken als ‘beschadiging’. Voor het antwoord op de vraag of sprake is van een beschadiging in de zin van de polisvoorwaarden, is volgens het hof beslissend of de stoffelijke structuur van de natte topcoating zelf aanvankelijk gaaf was, dat wil zeggen voldeed aan alle kenmerken en eisen om te kunnen uitharden tot een verflaag zonder gebreken (vgl. HR 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:AR6163). 

X, op wie de bewijslast rust van het bestaan van verzekeringsdekking, stelt zich op het standpunt dat de toplaag aanvankelijk gaaf was en deze laag goed hechtte aan de tussenlaag. Later is de toplaag – door een nog onbekende oorzaak – beschadigd geraakt, aldus X. Daarbij verwijst zij naar verschillende verklaringen. 

Volgens de verzekeraar was de toplaag te dik aangebracht, waardoor de oplosmiddelen onder de filmlaag niet voldoende konden uitdampen. Deze stelling onderbouwt de verzekeraar met meerdere deskundigenrapporten. Nu de toplaag reeds bij aanvang niet gaaf was, is van beschadiging in de zin van de CAR-verzekering geen sprake. Hierop reageert X nog door te zeggen dat de verflaag niet te dik was, omdat er nog verf over was, maar deze stelling acht het hof onvoldoende overtuigend.

Het hof concludeert dan ook dat X niet heeft aangetoond dat er sprake is van ‘beschadiging’ als gedefinieerd in de polisvoorwaarden en de schade dus niet onder de CAR-verzekering gedekt is.

Klik hier voor de uitspraak: Dekkingsgeschil bij CAR-verzekering

Peter van den Broek en Maurits Oudenaarden zijn bij Kennedy Van der Laan actief op het gebied van CAR-schades
Geplaatst op 06-11-2020


Share on: