Vergunning verleend aan verzekeraars om info over fraudeurs te delen

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft aan ruim 160 financiële instellingen, waaronder 80 verzekeraars, een vergunning verleend om gegevens van fraudeurs te registreren en met elkaar te delen via een waarschuwingssysteem.

Fraudeurs zijn namelijk vaak actief bij meerdere instellingen. Banken en verzekeraars kunnen elkaar hiervoor waarschuwen door fraude-informatie uit te wisselen. De 80 verzekeraars nemen deel aan het nieuwe Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI) en voldoen daarmee aan de AVG en de Nederlandse wetgeving op het gebied van privacy. Dit protocol bevat namelijk regels waaraan banken en verzekeraars moeten voldoen om informatie over incidenten, zoals identiteitsfraude of bankhelpdeskfraude (spoofing), bij te houden en uit te wisselen.

Het PIFI is tot stand gekomen door de Nederlandse Vereniging van Banken, het Verbond van Verzekeraars, de Stichting Fraudebestrijding Hypotheken, de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland en Zorgverzekeraars Nederland. Deelnemende verzekeraars werken samen met het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit (CBV), onderdeel van het Verbond van Verzekeraars.
 

Vergunning
AP-bestuurslid Katja Mur: “Banken en verzekeraars mogen dit soort gegevens alleen delen als zij een vergunning hiervoor hebben en zich houden aan het PIFI. De AP kan een vergunning ook weer intrekken als blijkt dat een onderneming zich niet houdt aan dit protocol.”


Gegevens uitwisselen
Financiële instellingen mogen zelf een overzicht van incidenten binnen de eigen organisatie bijhouden, inclusief persoonsgegevens. Maar ze mogen niet zomaar grootschalig gegevens uitwisselen. In het PIFI is hier een strikte procedure voor. Als een instelling bijvoorbeeld een nieuwe klant aanneemt, mag deze instelling andere instellingen ‘bevragen’ of diegene geregistreerd staat.

Er komt geen centrale database of zwarte lijst waarin gezocht kan worden naar details over incidenten. Bij iedere vraag moeten de instellingen afwegen of het noodzakelijk is om de gegevens te verstrekken of te ontvangen.

Banken en verzekeraars beheren gegevens zelf en blijven verantwoordelijk. Klanten van deze financiële instellingen hebben doorgaans het recht om te horen of zij geregistreerd staan. Ook kunnen zij bezwaar maken als zij menen dat hun registratie onterecht is.


Fraudebestrijding

"Fraudebestrijding en het opsporen van daders zijn natuurlijk van groot belang," zegt Mur. "Maar het bijhouden en delen van strafrechtelijke gegevens moet wel met grote terughoudendheid en zorgvuldigheid gebeuren. We hebben in de Toeslagenaffaire gezien dat mensen ‘op het verkeerde lijstje’ terecht kunnen komen, met vreselijke gevolgen. Sta jij als fraudeur te boek, dan kan dat grote gevolgen hebben. Bijvoorbeeld dat je geen verzekering of lening kunt aanvragen."

Meer informatie over het besluit van het PIFI leest u hier.

 

Geplaatst op 24-08-2021


Share on: