Werkgeversaansprakelijkheid en COVID-19

Wat als thuiswerken niet tot de mogelijkheden behoort? Kan een werkgever aansprakelijk worden gehouden voor de schade die een werknemer lijdt als hij het virus oploopt? Sanne van der Plas, Chris Van Dijk en Petra Oskam van Kennedy Van der Laan schreven een blog over dit onderwerp.

Foto: Petra Oskam

De overheidsmaatregelen ter beteugeling van COVID-19 blijven voorlopig nog van kracht. Hieronder valt ook het advies aan werkgevers om werknemers zoveel mogelijk thuis te laten werken. Dat betekent allereerst dat de werkgever zich er tot op zekere hoogte over moet bekommeren of de werknemer een voldoende goede werkplek heeft. 

Werkgeversaansprakelijkheid; de juridische grondslag
De werkgeversaansprakelijkheid is geregeld in artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek. Op grond van dit artikel rust op een werkgever een zorgplicht, die inhoudt dat de werkgever verplicht is de maatregelen te nemen en aanwijzingen te geven die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van de werkzaamheden schade lijdt. Dat is een strenge norm. Voor het antwoord op de vraag of een werkgever zijn zorgplicht is nagekomen kijkt de rechter zowel naar geschreven als ongeschreven veiligheidsnormen. Het kan dus zo zijn dat de rechter oordeelt dat een werkgever zijn veiligheidsmaatregelen niet is nagekomen, hoewel hij wel alle overheidsmaatregelen ter beteugeling van COVID-19 heeft nageleefd. Dat zal echter afhangen van de specifieke omstandigheden. Lijdt de werknemer schade in de uitoefening van de werkzaamheden, dan is de werkgever daarvoor aansprakelijk, tenzij de zorgplicht is nageleefd.


Om tot deze aansprakelijkheid te komen hoeft een werknemer (enkel) te bewijzen dat hij schade heeft opgelopen bij de uitvoering van zijn werkzaamheden. Indien dit is komen vast te staan, kan de schadeplichtigheid van de werkgever nog vervallen als hij aantoont dat hij aan de bovengenoemde zorgplicht heeft voldaan of er geen verband is tussen zijn fout en de schade.

Hoe verhoudt dit zich nu tot de getroffen overheidsmaatregelen? Voor de werknemer zal het zeer lastig zijn om aannemelijk te maken dat hij COVID-19 heeft opgelopen in de uitoefening van de werkzaamheden. Het virus is immers overal en hij kan die ziekte dus ook elders hebben gekregen. Dit brengt mee dat er niet snel aan het eerste vereiste voor werkgeversaansprakelijkheid zal zijn voldaan, omdat het verband tussen werk en ziekte te onbepaald is. Als belangrijke beschermingsmaatregelen niet zijn genomen kan er een omslagpunt komen waarop een rechter zal oordelen dat het wel voldoende waarschijnlijk is dat de werknemer het virus heeft opgelopen op het werk.

Los van het voorgaande moet een werkgever zijn zorgplicht natuurlijk nakomen. Niet alleen omdat hij anders civielrechtelijk aansprakelijk zou kunnen zijn, maar ook omdat hij anders een boete van de Inspectie SZW riskeert. Het is evident dat de werkgever op dit moment extra maatregelen moet nemen om zoveel mogelijk te voorkomen dat zijn werknemers tijdens het werk COVID-19 krijgen. Zo moeten werknemers goed worden geïnformeerd over de gevaren van COVID-19 en moet dit gevaar zoveel als redelijkerwijs mogelijk is worden beperkt. Niet voor niets wordt aanbevolen om zoveel mogelijk thuis te werken.

Ook kan worden gedacht aan hygiënemaatregelen, het waar mogelijk voorkomen van fysiek contact tussen werknemers onderling en het waar van toepassing bieden van adequate beschermingsmiddelen, zoals goede mondkapjes in de zorg. Verder moet de werkgever erop toezien dat de veiligheidsmaatregelen worden nageleefd. Als de werknemer dat niet doet moet de werkgever de werknemer daarop aanspreken en hem zelfs wegsturen als hij of zij blijft weigeren de aanwijzingen op te volgen.

De regels die als een gevolg van het coronavirus in Nederland zijn ingevoerd, zoals het bewaren van anderhalve meter afstand, dienen voor zover mogelijk ook op de werkvloer te worden gehandhaafd. Het is aan te bevelen om op de werkplek posters met waarschuwingen en leefregels op te hangen en regelmatig met de werknemers daarover te spreken. Dit omdat mensen nu eenmaal niet de hele tijd voorzichtig (genoeg) zijn in hun werk. De kans dat men zijn eigen veiligheid onvoldoende bewaakt vanwege oververmoeidheid en stress is, zeker nu in de zorgsector, niet denkbeeldig.

Geplaatst op 07-04-2020


Share on: