De aansprakelijkheid van de taxateur

Heeft de (gefailleerde) taxateur onjuist getaxeerd en dient zijn aansprakelijkheidsverzekeraar de daardoor veroorzaakte schade aan de curator te betalen?

Een taxateur heeft op 2 juli 2004 een taxatierapport uitgebracht met betrekking tot een perceel grond. In maart 2012 zijn de eigenaren van het perceel er (door een nieuw taxatierapport) achter gekomen dat het perceel daadwerkelijk veel minder waard was dan zij op grond van het eerdere rapport dachten en hebben de taxateur om die reden aansprakelijk gesteld. Een aantal maanden later wordt door de rechtbank een voorlopig deskundigenonderzoek bevolen naar de waarde van het perceel ten tijde van de taxatie in 2004. De benoemde deskundige rapporteert dat de taxateur in redelijkheid niet tot de door hem getaxeerde waarde had kunnen komen.

Eind 2013 failleert de taxateur, en er wordt een curator benoemd. De eigenaren van voornoemd perceel dienen een schadevordering van € 167.452,- ter verificatie bij hem in. De curator plaatst deze vordering op de lijst van voorlopig erkende crediteuren en dagvaardt vervolgens de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van de gefailleerde taxateur.

In eerste aanleg wordt de vordering van de curator afgewezen, omdat volgens het oordeel van de rechtbank niet is komen vast te staan dat de taxateur een beroepsfout heeft gemaakt. Volgens de rechtbank waren de rapporten waaruit zou volgen dat de taxateur een beroepsfout had gemaakt onvoldoende om zulks te concluderen, omdat het ene rapport niet was voorzien van een toelichting en het andere rapport onvoldoende basis gaf om de taxatie te verifiëren, daarin was nagelaten de koopprijs te vermelden, de ligging van het perceel niet was meegenomen en bovendien de later betaalde hogere grondprijs niet was meegenomen.

De curator gaat in hoger beroep, waarna het hof bij arrest van 14 mei 2019 het vonnis van de rechtbank vernietigt en de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar veroordeelt tot betaling aan de curator van € 167.753,-. In cassatie blijft de vordering van de curator overeind. De Hoge Raad doet de kwestie af als een art. 81 RO-zaak (de behandeling van de klachten strekken niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de eenheid of de ontwikkeling van het recht).

Noemenswaardig is de conclusie van de A-G, waarin wordt ingegaan op de vraag of de curator (door de vordering van de eigenaren van het perceel op de lijst van voorlopig erkende vorderingen te zetten) in strijd heeft gehandeld met de polisvoorwaarden, in die zin dat de curator zich niet heeft 'onthouden van alles wat de belangen van de maatschappij zou kunnen schaden' of zich niet 'te onthouden van het erkennen van aansprakelijkheid'. Volgens de A-G heeft de curator niet in strijd met de polisvoorwaarden gehandeld, omdat de curator bevoegd is op de door hem gedane voorlopige erkenning terug te komen. Het hof heeft de bepaling van de polisvoorwaarden kennelijk zo uitgelegd dat enkel die erkenning van aansprakelijkheid die rechtsgevolgen heeft voor de verzekeraar onder de polisvoorwaarden vallen. Dat acht de A-G niet onbegrijpelijk, aangezien de verzekeraar eerst dan een financieel belang heeft.

Klik hier voor de uitspraak:
De aansprakelijkheid van de taxateur
Marit van der Pool - Advocaat bij Kennedy Van der Laan
Geplaatst op 23-10-2020


Share on: