Fietser meest gevoelig voor het weer

Van alle vervoerswijzen ben je op de fiets het meest gevoelig voor het weer, zo blijkt uit een literatuuronderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM). Wisselen van vervoerswijzen door veranderende weersomstandigheden gebeurt vooral tussen auto en fiets. De invloed van het weer op mobiliteit verschilt tussen stedelijk en landelijk gebied, tussen leeftijdsgroepen, en tussen verplaatsingsmotieven.

Eén dag na de start van de (meteorologische) lente, is de bijgevoegde publicatie ‘De invloed van het weer op de personenmobiliteit' van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) bekendgemaakt. Deze literatuurstudie is uitgevoerd op verzoek van het directoraat-generaal Mobiliteit van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Kennis over de invloed van het weer op de personenmobiliteit is relevant voor het beleid omdat extreem weer vaker optreedt en klimaatverandering op langere termijn tot een verandering van weerspatronen kan leiden. Op bepaalde plekken in het mobiliteitssysteem kan daardoor (extra) druk op de capaciteit ontstaan terwijl capaciteit op andere plekken mogelijk onderbenut blijft.

Uit de literatuur blijkt dat zonnig en droog weer gunstig is voor het gebruik van de actieve vervoerswijzen. Bij regenachtig en winderig weer worden de auto en het openbaar vervoer juist meer gebruikt. Van alle vervoerswijzen blijkt de fietser het meest gevoelig te zijn voor het weer. Wisselen tussen vervoerswijzen als gevolg van veranderend weer gebeurt vooral tussen auto en fiets. Het effect van weer op mobiliteit verschilt tussen stedelijk en landelijk gebied, tussen leeftijdsgroepen, en tussen verplaatsingsmotieven.
 
De aangrijpingspunten voor het beleid kunnen grofweg worden ingedeeld in drie categorieën. Ten eerste kan, door aanpassingen aan infrastructuur en gebouwen, de reiziger die is blootgesteld aan het weer beter worden beschermd. Voorbeelden zijn het plaatsen van overkappingen of schermen en bomen langs fiets- en wandelroutes en het creëren van voldoende beschutting bij wachtruimtes voor het OV. Een tweede optie is het beïnvloeden van de attitude van de reiziger. Hier kan worden gedacht aan campagnes of subsidies gericht op het blijven gebruiken van de actieve vervoerwijzen, ook bij onaantrekkelijk weer. Tenslotte kunnen verbeteringen in transportmodellen helpen om de dagelijkse mobiliteit beter te voorspellen. Met behulp van de uitkomsten van deze modellen kunnen OV-diensten hun capaciteit wellicht aanpassen aan het effect van het weer op het OV-gebruik (dimensioneren).
Geplaatst op 02-03-2020


Share on: