Adfiz Nieuwjaarsspeech door voorzitter Roger van der Linden

Vandaag, de tweede donderdag van januari, wordt traditiegetrouw het verzekeringsbranchejaar met de Adfiz Nieuwjaarsbijeenkomst geopend. Door de huidige coronamaatregelen was het ook dit jaar niet mogelijk om deze te laten doorgaan zoals Adfiz dat graag zou willen. Om de online Adfiz Nieuwjaarsboodschap niet zomaar voorbij te laten gaan, heeft voorzitter Roger van der Linden vandaag om 16.00 uur het online evenement geopend met een speech.

Foto: archief Adfiz Nieuwjaarsbijeenkomst 2020


Voorzitter Roger van der Linden:

‘Vrijheid begint waar onwetendheid eindigt’. Dat schreef de Franse dichter, schrijver en staatsman Victor Hugo in zijn verhaal ‘Océan’. En daar is volgens mij helemaal geen speld tussen te krijgen. Want kennis tot je nemen, inzichten opdoen, ervaringen beleven; het zijn stuk voor stuk zaken die essentieel zijn om een eigen oordeel te kunnen vormen. Om onafhankelijk van alles en iedereen de juiste keuzes te kunnen maken. En daarmee: om vrijer in het leven te staan. Juist daarom is het zo belangrijk om te blijven leren, want je weet niet wat je niet weet.

Dames en heren, welkom bij deze Nieuwjaarsboodschap.
Voor de tweede keer alweer online. En in alle eerlijkheid: daar had ik eigenlijk helemaal geen zin meer in. Ik ben dan ook blij dat we elkaar op 8 juni tijdens de Adfiz Midjaarsbijeenkomst – mag ik toch echt hopen – ontmoeten. Maar ik sta hier met een missie, een boodschap. En die boodschap is te belangrijk om door een lichte mate van tegenzin niet voor het voetlicht te brengen. Want als ik om me heen kijk, er met collega’s en klanten over praat, wetenschappers en politici erover hoor, dan valt op hoe bedroevend het gesteld is met de financiële weerbaarheid van een hele grote groep gezinnen en bedrijven. En natuurlijk, we hebben de afgelopen twee jaar veel te incasseren gehad. De een meer dan de ander, maar dat laat onverlet dat we met een serieus probleem te maken hebben. Een probleem dat we niet langer voor ons uit mogen schuiven. Niet op het – al volle – bordje van volgende generaties mogen leggen. Dus daarom sta ik hier toch. Bevlogen en overtuigd van de meerwaarde van financieel advies bij het weerbaarder maken van mensen en bedrijven.

Want die financiële weerbaarheid; dat is écht wel een dingetje. Nog geen twee maanden geleden werden de resultaten van een groots opgezet onderzoek naar de financiële gezondheid van Nederlandse huishoudens bekend gemaakt. Een onderzoek uitgevoerd door Deloitte, Nibud, ING en de Universiteit Leiden. Daaruit bleek dat – hou u vast – maar liefst vijftig procent van de Nederlandse huishoudens financieel ongezond is. Vijftig procent oftewel een op de twee huishoudens! Dat zijn absurde cijfers voor een land dat tot de top 5 van rijkste landen ter wereld wordt gerekend. En vergis u niet: dit betekent niet dat bij die vijftig procent die wel financieel gezond is, geen winst valt te behalen. Want ook daar is nog genoeg ruimte voor verbetering. Ik noem een aantal cijfers, nog steeds uit eerdergenoemd onderzoek:

  • Maar liefst 1 op de 3 financieel gezonde mensen maakt geen financiële plannen

  • Een kwart heeft consumptieve schulden

  • Van deze groep heeft een op de tien geen idee hoe hun schulden eruitzien

  • En verder zet een grote groep (ruim 40 procent) geen geld opzij als ze voor langere tijd geld overhouden. 

Het beeld dat ik u zojuist schetste, is niet gebaseerd op fabeltjes. Het zijn feiten! Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. De bittere werkelijkheid. En u en ik weten heel goed dat deze cijfers niet zomaar ten goede zullen keren. Sterker nog; ik voorspel dat de financiële gezondheid van burgers, en daarmee ook van bedrijven, alleen maar zal afnemen als we nu geen actie ondernemen. En dan bedoel ik echte actie. Dus niet het zoveelste informatiedocument en dan maar hopen dat de consument wel in actie komt. Of de zoveelste slimme kiesomgeving optuigen in de hoop dat die het probleem oplost, terwijl we weten dat het een hele uitdaging is om de consument überhaupt bij die kiesomgeving te krijgen. En ook niet: roepen dat een abonnement onzin is omdat het allemaal vrij eenvoudig is. 

Want daarmee wordt de bal te veel bij de consument gelegd. De consument bij wie het nogal eens – zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid schreef – aan 'doenvermogen’ ontbreekt. Lang niet iedereen is in staat om zelfstandig een plan te maken, in actie te komen, dat vol te houden en om te gaan met verleidingen en tegenslag. En ik herhaal dit nog eens, want het is belangrijk: lang niet iedereen is in staat om zelfstandig een plan te maken, in actie te komen, dat vol te houden en om te gaan met verleidingen en tegenslag. 

Veel consumenten weten heus wel dat ze met hun financiën aan de slag moeten, maar ze doen het niet. Deels omdat ze er de urgentie niet van inzien, deels omdat ze niet beschikken over de competenties die nodig zijn voor financiële zelfredzaamheid en deels omdat ze niet weten wat ze niet weten. 

Ondertussen gaat de overheid wel uit van de zelfredzaamheid van consumenten. “Het gold daar lange tijd als toverwoord," zei Nationale Ombudsman, Reinier van Zutphen, vorig jaar in het Adfiz Magazine. “maar zelfredzaamheid is een illusie". Dus, overheid, Consumentenbond en AFM, stop met het voor de gek houden van jezelf, burgers en bedrijven! De calculerende klant bestaat niet. En een nog grotere informatieload gaat niet bijdragen aan het maken van rationelere keuzes. Integendeel!

Wat is er dan wel nodig om consumenten in beweging te brengen en te houden om ze zo financieel weerbaarder te maken? De echte actie, waar ik het eerder over had. Daar kan ik kort en duidelijk over zijn: financieel advies. Want als iets het financieel gedrag van mensen verandert, dan is dat wel financieel advies. Financieel advies maakt mensen weerbaarder. Het is zonneklaar dat veel mensen juist baat hebben bij een professional die hen bij de hand neemt, adviseert, de knoop helpt doorhakken en ervoor zorgt dat ze de juiste koers blijven varen. En die disciplinerende werking gaat uit van de interactie tussen de klant en zijn financieel adviseur, en nergens anders van. Daar ben ik – en met mij vele collega-adviseurs – heilig van overtuigd. 
Daarvan mag je denken; 'Lekker makkelijk; preken voor eigen parochie'. Maar vergis je niet. Dat vinden wij niet alleen. De wetenschap is er eensgezind over. Instituten als de eerder aangehaalde Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de Nationale Ombudsman, maar ook het Nibud, zijn er klip en klaar over. Fred de Jong kwam onlangs tot eenzelfde conclusie in een onderzoek dat door de HAN Hogeschool is uitgevoerd. En ook een flink aantal aanbieders – u en ik weten allen welke dat zijn – is ervan overtuigd. En dragen die boodschap, dat inzicht ook uit! En toch wil het maar niet doordringen tot een deel van de politiek, de ministeries, de toezichthouders en de consumentenorganisaties. Of beter gezegd: het dringt misschien wel tot ze door, maar ze handelen er niet naar. Met andere woorden: ook hen ontbreekt het blijkbaar aan 'doenvermogen’. Of in ieder geval aan het ‘de juiste dingen doenvermogen’.

Ik snap wel een beetje hoe dat zo komt; het zijn oude reflexen. Maar ik merk aan mezelf dat ik het lastig vind om te zien dat de vernieuwing zo langzaam gaat. Ik heb het daar moeilijk mee. Maar, laat ik duidelijk zijn: mijn ongemak hierover staat in schril contrast tot het ongemak, de sores, de zorgen, ja, zelfs de gezondheidsproblemen die gezinnen en ondernemers hiervan ondervinden. En dáár moeten we oog voor hebben in plaats van te blijven hangen bij het oplossen van niet bestaande problemen.
Dames en heren, het is u vast niet ontgaan, we hebben sinds deze week, eindelijk, een nieuw kabinet. Een kabinet met meer ‘elan’, zo is ons beloofd. Dat een ‘nieuwe bestuurscultuur’ met ‘meer openheid’ nastreeft. En wil werken aan ‘verbinding met de samenleving’. En met op de voor onze sector belangrijke post van Financiën een minister die tijdens haar succesvolle carrière als diplomaat in staat is gebleken om mensen van verschillende gezindten en van divers pluimage aan tafel te krijgen. En met elkaar tot overeenstemming te laten komen. En dat stemt me hoopvol. Hoopvol voor een toekomst waarin Nederlandse gezinnen en bedrijven financieel weerbaarder zijn. Wij zijn én blijven bereid mee te denken en mee te werken; aan ons zal het niet liggen. Of die toekomst werkelijkheid wordt? Geen idee. Dat zal diezelfde toekomst ons leren. 
Want weet u nog? We weten niet wat we niet weten.

Ik dank u voor uw aandacht.

Geplaatst op 13-01-2022


Share on: