Stiba maakt bezwaar tegen sloopregeling plan BOVAG

Vereniging Stiba, de brancheorganisatie van gecertificeerde voertuigdemontagebedrijven in Nederland, maakt bezwaar tegen sloopregeling plan BOVAG.

Stiba heeft kennis genomen van het voorstel van BOVAG aan het Adviescollege Stikstofproblematiek en I&M voor een sloopregeling en inruilregeling voor dieselauto’s ouder dan 2009. Deze regeling zou voor de nationale demontagebranche ernstige gevolgen hebben. Stiba betreurt het dat, ondanks de intensieve samenwerking met BOVAG binnen Auto Recycling Nederland, kortweg ARN, de voorstellen in eerste instantie niet met haar besproken zijn.
 
BOVAG stelt dat een sloopregeling een kans is om de stikstofuitstoot van het wagenpark te verlagen en ziet het als een stimulerende maatregel om uit de coronacrisis te komen. Echter, uit het evaluatierapport van de sloopregeling uit 2009 is gebleken dat de stikstofbesparing nihil is en niet in verhouding staat tot de kosten van het uitvoeren van de regeling. In het kader van CO₂-berekeningen is langer doorrijden met bestaand wagenpark het meest voordelig en ook het meest duurzaam. Dit is niet meegenomen in het nieuwe voorstel van BOVAG. Daarnaast treedt er ook zonder een dure sloopregeling een verjonging van het wagenpark op. Het aandeel diesel is nog slechts 15,2% volgens het rapport Mobiliteit in cijfers van BOVAG en RAI.

De rapportages van zowel de Algemene Rekenkamer, dat uitspraken heeft gedaan over de kosteneffectiviteit, als wel Mu-Consult over de sloopregeling uit 2009, waren helder en duidelijk. De bijdrage aan de verbetering van de luchtkwaliteit was uiterst miniem en heeft buitenproportioneel veel geld gekost voor zowel betrokken ministerie als ARN (Auto Recycling Nederland) en weinig opgeleverd, anders dan de voorziene omzetstijging voor de automobielbranche.
 
Tevens stelt BOVAG dat een sloopregeling een kans is om economisch herstel aan te jagen.
De vraag is bij wie? Vervroegd uit de markt halen van dieselvoertuigen is slecht voor de werkgelegenheid van monteurs in de garages, nieuwe of jong gebruikte voertuigen hebben immers geen of weinig onderhoud nodig. Autodemontagebedrijven hebben waarschijnlijk gedurende de sloopregeling een groter aanbod sloopvoertuigen, maar  de jaren na de sloopregeling zal er identiek aan de vorige regeling een afname van het aantal sloopvoertuigen plaatsvinden. Veel onderdelen die anders op voorraad worden genomen, zullen versneld afgeschreven en vernietigd moeten worden en potentiële markt voor tweedehandsonderdelen verdwijnt door de vervroegde vernietiging van voertuigen. Ofwel een grote omzetafname voor de demontagebranche is te voorzien.
 
Stiba is van mening dat het een beter plan is wanneer het bestaand wagenpark langzaam uit gefaseerd wordt en gedurende de tijd dat ermee gereden wordt, er goed onderhoud wordt uitgevoerd met gebruikte onderdelen. Dit scheelt productie van nieuwe voertuigen en onderdelen, dat CO₂ en grondstoffen bespaart. Tevens zorgt dit voor behoud van werkgelegenheid bij de vele werkplaatsen.
Voor het oplossen van het stikstofprobleem zoals BOVAG voorstelt zijn er betere en goedkopere alternatieven die bijdragen aan zowel het milieu als de circulaire economie. Stel als overheid geld beschikbaar voor een campagne gericht op de bezitter van alle oudere voertuigen. 

Denkbare alternatieve regelingen:
-        De ‘Blijf langer in je auto rijden’ regeling
-        De ‘Geef je auto een extra onderhoudsbeurt’ regeling
-        De ‘Repareer je voertuig met een 2ehands onderdeel’ regeling

Dit zijn regelingen die minder kosten en waarschijnlijk minstens zo effectief en zinvol zijn voor de gehele automotive sector.
Geplaatst op 29-06-2020


Share on: