Schadeonderzoek en de Wpbr: wanneer wordt expertise particulier onderzoek?
Schade-experts onderzoeken dagelijks. Zij bekijken schadebeelden, beoordelen herstelkosten, reconstrueren oorzaken en leggen hun bevindingen vast in rapportages voor verzekeraars, gevolmachtigden, belangenbehartigers of verzekerden. Omdat zij daarvoor vaak worden betaald door een verzekeraar, rijst regelmatig de vraag: valt dit werk onder de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, de Wpbr?
Het antwoord is genuanceerd. Niet ieder schadeonderzoek is particulier rechercheonderzoek. Maar schadeonderzoek kán wel degelijk onder de Wpbr vallen, zodra de feitelijke werkzaamheden het karakter krijgen van onderzoek naar één of meer bepaalde natuurlijke personen.
Wat de wet zegt
De Wpbr omschrijft recherchewerkzaamheden als het vergaren en analyseren van gegevens. Een recherchebureau is, kort gezegd, een natuurlijk persoon of rechtspersoon die in de uitoefening van een beroep of bedrijf, met winstoogmerk, recherchewerkzaamheden verricht. Dit geldt voor zover deze werkzaamheden worden uitgevoerd op verzoek van een derde, in verband met een eigen belang van die derde en betrekking hebben op één of meer bepaalde natuurlijke personen. Wie aan al deze elementen voldoet, wordt volgens de Wpbr aangemerkt als een recherchebureau. In dat geval mogen de betreffende recherchewerkzaamheden niet worden verricht of aangeboden zonder een vergunning van de Minister van Justitie en Veiligheid.
De Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus 2019 werken dit uit. Bepalend zijn het soort werkzaamheden (vergaren én analyseren van gegevens), het doel ervan en de wijze waarop de gegevens worden vergaard en geanalyseerd. Daarbij maakt het niet uit of gegevens uit openbare of gesloten bronnen komen en geldt ook het opnemen van verzamelde gegevens in een rapport al als 'analyseren'. Belangrijk is verder dat de wet ook van toepassing is op organisaties waarbij recherchewerk slechts een onderdeel van het geheel vormt: voor dat onderdeel is dan de vergunning nodig.
Het beslissende criterium: de zaak of de persoon
Voor schade-experts is vooral het laatste criterium van belang: heeft het onderzoek betrekking op een bepaalde natuurlijke persoon? Een zuiver technisch schadeonderzoek naar bijvoorbeeld de oorzaak van brand, lekkage, braaksporen, voertuigschade of de hoogte van herstelkosten is in de kern gericht op een object, een gebeurtenis of een schadebeeld. In dat geval ligt toepassing van de Wpbr minder voor de hand.
Dat verandert wanneer het onderzoek naar de oorzaak, toedracht en omstandigheden van een schadegeval zich richt op de gedragingen van een specifieke betrokkene. Met name bij de behandeling van personenschade, arbeidsongeschiktheid en (collectief) verzuim doet deze vraag zich regelmatig voor.
Vanaf dat moment is niet langer uitsluitend sprake van onderzoek naar de schade, maar ook van onderzoek naar een natuurlijke persoon. Wanneer daarnaast aan de overige criteria van de Wpbr wordt voldaan, kan sprake zijn van recherchewerkzaamheden in de zin van die wet. Gaat het bijvoorbeeld om de vraag of een verzekerde of benadeelde de waarheid spreekt, de schade zelf heeft veroorzaakt, letsel of beperkingen onjuist voorstelt, inkomsten verzwijgt of anderszins mogelijk fraudeert, dan zal in de praktijk vaak sprake zijn van onderzoek dat binnen de reikwijdte van de Wpbr valt. Denk daarbij aan interviews, buurtonderzoek, observaties, onderzoek in open bronnen, waaronder socialmediaonderzoek, het verifiëren van activiteitenpatronen of het bevragen van derden over gedragingen van een betrokkene.
De verzekeraar als opdrachtgever
Dat de opdrachtgever een verzekeraar is, maakt de vraag extra relevant. Een externe schade-expert werkt doorgaans beroeps- of bedrijfsmatig, ontvangt betaling en handelt op verzoek van een derde (verzekeraar) met een eigen belang. De verzekeraar wil immers een claim zorgvuldig beoordelen, onterechte uitkering voorkomen of de juiste dekking vaststellen. Daarmee zijn drie van de vier Wpbr-criteria vaak al vervuld. Het onderscheid zit dan vooral in de inhoud van de opdracht: onderzoek naar schade, of onderzoek naar personen.
Niet alleen de Wpbr: ook de privacyregels
Een onderzoek dat is gericht op (de gedragingen van) een natuurlijke persoon raakt niet alleen aan de Wpbr, maar ook aan de privacywetgeving. De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is daarbij onverkort van toepassing. Juist bij onderzoek naar personen wegen de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zwaar.
De Gedragscode Persoonlijk Onderzoek van het Verbond van Verzekeraars is per 1 januari 2024 ingetrokken. Dat betekent echter niet dat de normen voor zorgvuldig onderzoek zijn verdwenen. Integendeel: de artikelen 5 en 6 van de AVG bevatten de fundamentele beginselen en grondslagen voor de verwerking van persoonsgegevens en vormen daarmee de basis voor zowel de reguliere schadebehandeling als fraudeonderzoek. Deze wettelijke uitgangspunten zijn binnen de verzekeringssector nader uitgewerkt in de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Verzekeraars (GVPV) en het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI).
Een onderscheid dat de branche bezighoudt
Ook binnen de schadebranche wordt dit onderscheid steeds nadrukkelijker besproken. Het NIVRE wijst er in zijn Richtlijn Wpbr (uitgave 2019, onderdeel toedrachtonderzoek) op dat met enige regelmaat verwarring bestaat over de vraag wanneer een onderzoek wel of niet als recherchewerkzaamheden moet worden aangemerkt. In diezelfde richtlijn worden de criteria uit de Wpbr via een beslisschema overzichtelijk aan de praktijk van toedrachtonderzoek gekoppeld.
Wat als de Wpbr van toepassing is?
Dan zijn de gevolgen aanzienlijk. Het werk moet plaatsvinden door of onder verantwoordelijkheid van een vergunninghoudend particulier onderzoeksbureau. Justis verleent de vergunning en screent de leidinggevenden en beleidsbepalers; medewerkers hebben toestemming van de korpschef en een legitimatiebewijs nodig. En op grond van de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus mag een recherchebureau recherchewerkzaamheden uitsluitend laten verrichten door iemand met het diploma Particulier Onderzoeker van de SVPB.
De praktische vuistregel
Zolang het onderzoek is gericht op de schade, de oorzaak, de omvang en het herstel daarvan, blijft het in beginsel binnen het domein van de schade-expertise. Zodra het onderzoek zich echter richt op het handelen, de gedragingen, de verklaringen of de betrouwbaarheid van een bepaalde natuurlijke persoon, moet worden beoordeeld of sprake kan zijn van recherchewerkzaamheden in de zin van de Wpbr.
Voor de praktijk betekent dit dat de onderzoeksopdracht vooraf scherp wordt afgebakend. Benoem duidelijk het doel van het onderzoek en bepaal waar het onderzoek naar oorzaak, toedracht en omstandigheden zich op richt: op het vaststellen van de schade of op de (gedragingen van een) natuurlijke persoon. Bij twijfel verdient het aanbeveling een vergunninghoudend onderzoeks- of expertisebureau in te schakelen of ervoor te zorgen dat het eigen bureau voor dat onderdeel voldoet aan de vereisten van de Wpbr. Op die manier blijft schadeonderzoek waarbij een natuurlijke persoon centraal staat niet alleen zorgvuldig, maar ook juridisch houdbaar en bruikbaar.
Wat betekent dit voor opleiding en vakbekwaamheid?
Voor professionals in de verzekeringsbranche wordt kennis van particulier onderzoek steeds belangrijker. Schadebehandelaars, schade-experts, coördinatoren fraudebeheersing en acceptanten krijgen hier in hun dagelijkse werkzaamheden steeds vaker mee te maken.
Onderzoeken naar mogelijke misleiding van verzekeraars worden complexer, het belang van een zorgvuldige risicobeoordeling neemt toe en het gebruik van openbare bronnen speelt een steeds grotere rol binnen zowel acceptatie- als schadeprocessen.
Tegelijkertijd is niet iedereen binnen de branche bekend met de kwalificatie van bepaalde onderzoeksactiviteiten als recherchewerkzaamheden in de zin van de Wpbr. Daardoor bestaat het risico dat onderzoeken die zich richten op een natuurlijke persoon worden uitgevoerd zonder voldoende aandacht voor de wettelijke kaders die daarop van toepassing zijn. Juist daarom is het diploma Particulier Onderzoeker relevant. Voor recherchewerkzaamheden is dit diploma van de SVPB de wettelijk vereiste kwalificatie en binnen de verzekeringswereld wordt het steeds vaker gevraagd.
Het diploma is bovendien waardevol wanneer de werkzaamheden níét onder de Wpbr vallen. De grens is niet altijd scherp en kan binnen één dossier verschuiven. Een eenmaal behaald, goed aangeschreven diploma betekent dat een professional daarop is voorbereid, zijn of haar deskundigheid aantoonbaar maakt en niet voor verrassingen komt te staan zodra een opdracht zich gaat richten op (de gedragingen van) de natuurlijke persoon. Voor steeds meer verzekeraars en opdrachtgevers is het diploma daarom een vanzelfsprekende kwalificatie geworden, ook los van de strikte wettelijke verplichting. Kortom: een veilige, toekomstbestendige keuze.
Exameninstituut SVPB heeft de exameneisen voor de examens Particulier Onderzoeker grondig herzien. Sinds januari 2026 bestaat het examen uit twee onderdelen: Wet- en regelgeving PO (theorie-examen) en Uitvoeren onderzoek PO (casusexamen).
Over IACA en de opleiding Particulier Onderzoeker
De International Anti Crime Academy (IACA), gevestigd in Gilze-Rijen, verzorgt al 13 jaar erkende beroepsopleidingen op het gebied van onderzoek en fraudebestrijding. Veel mensen kennen IACA vooral van haar erkende OSINT-opleidingen (Open Source Intelligence, oftewel openbronnenonderzoek), maar ook de opleiding Particulier Onderzoeker maakt al sinds de oprichting deel uit van het opleidingsaanbod. Tot de deelnemers behoren professionals uit de verzekeringsbranche, waaronder schadebehandelaars, schade-experts, coördinatoren fraudebeheersing en acceptanten.
De opleiding Particulier Onderzoeker van IACA is volledig afgestemd op de nieuwe exameneisen van de SVPB. Zowel het lesmateriaal als het online trainingsplatform zijn ingericht op de actuele examenonderdelen. De opleiding bestaat uit vier klassikale lesdagen, waarbij deelnemers kunnen kiezen tussen deelname op locatie of online. Na de vier lesdagen bereiden deelnemers zich via het online trainingsplatform gericht voor op het examen. De examenvoorbereiding omvat samenvattingen van de lesstof, oefenexamenvragen, proefexamens en veel praktische tips & tricks. Na het succesvol afronden van de SVPB-examens behalen deelnemers het diploma Particulier Onderzoeker.
De opzet van de opleiding bij IACA is sterk examengericht: de nadruk ligt op het snel en succesvol behalen van het SVPB-examen, zonder daarbij de noodzakelijke juridische kennis en praktische vaardigheden uit het oog te verliezen. Voor verzekeringsprofessionals is het bovendien een belangrijk voordeel dat de docenten zelf een achtergrond in de verzekeringsbranche hebben, waardoor veel voorbeelden en casussen direct aansluiten bij de praktijk.
Na het behalen van het diploma kunnen deelnemers zich bij IACA verder ontwikkelen, bijvoorbeeld in OSINT, interviewtechnieken, body language of hypothesevorming en scenariodenken. Het zijn verdiepingen die hun waarde bewijzen in dossiers waarin toedracht, gedrag, verklaringen, digitale sporen en alternatieve scenario’s zorgvuldig moeten worden beoordeeld. Voor verschillende IACA-opleidingen zijn bovendien PE-punten van het NIVRE te behalen, wat het aanbod ook waardevol maakt voor professionals die in een NIVRE-register zijn ingeschreven.
Voor schade-experts en andere verzekeringsprofessionals is de opleiding Particulier Onderzoeker daarmee meer dan een examenroute. Het is een manier om onderzoek juridisch bewuster, gestructureerder en professioneler uit te voeren, in een branche waarin de eisen aan zorgvuldigheid, privacy en bewijswaarde blijven toenemen.
Wilt u weten wat de opleiding Particulier Onderzoeker voor u of uw team kan betekenen? Neem dan contact op met de International Anti Crime Academy.
T: 0161-712002
E: info@anti-crime-academy.com
Deze uitgave is naar beste vermogen opgemaakt door IACA en dient uitsluitend ter algemene informatie. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. Voor een standpunt dient altijd juridisch advies te worden ingewonnen.
Lees het artikel ook in de nieuwe editie van het SCHADE magazine.
Geplaatst op 08-09-2026
< VorigeVolgende >
Share on:
