Swiss Re schat wereldwijde schade natuurrampen 1e halfjaar op 42 miljard $
De wereldwijde verzekerde schade door natuurrampen in het eerste halfjaar van 2026 wordt geschat op 42 miljard USD (dollar VS), 16% onder het tienjarig gemiddelde en het laagste totaal voor een eerste halfjaar sinds 2020. Dit meldt herverzekeraar Swiss Re.
Het eerste halfjaar van 2026 veroorzaakten rampen 107 miljard USD aan economische schade (waarvan 100 miljard uit natuurrampen en 7 miljard 'man-made') tegenover 160 miljard USD aan economische schade in het eerste halfjaar van 2025 (152 miljard natuurrampen en 8 miljard man-made). Het tienjaars gemiddelde is USD 119 miljard (verdeeld over 111 miljard aan natuurrampen en 7 miljard door de mens veroorzaakt). Daarvan is de verzekerde schade in het eerste halfjaar 2026 48 miljard USD (42 + 6) en in 2025 98 miljard (91 + 7). Het tienjaars gemiddeld is 56 miljard USD (50 + 6).
Zware convectieve stormen bleven de grootste oorzaak van verzekerde schade, met een geschatte schade van 28 miljard USD, hetgeen echter onder de langetermijntrend ligt. De recordhitte en aanhoudende droogte in juni hebben de weg vrijgemaakt voor een actief bosbrandseizoen in Europa en andere delen van de wereld.
Balz Grollimund, hoofd Catastrophe Perils bij Swiss Re, zegt: "Een minder kostbare eerste helft van het jaar betekent niet dat 'risico's zijn verdwenen'. Eén grote orkaan, aardbeving of bosbrand kan het beeld snel veranderen. De recente bosbranden in Europa laten zien hoe warmere en drogere omstandigheden de kans op grote bosbranden vergroten en, doordat er steeds meer woningen, bedrijven en infrastructuur in risicogebieden worden gebouwd, ook de kosten ervan doen stijgen.”
Als het continent dat wereldwijd het snelst opwarmt, kent Europa nu 64% meer warme dagen – gedefinieerd als dagen waarop de dagelijkse maximumtemperatuur 30 °C of meer bedraagt – dan in de jaren vijftig. Het risico op bosbranden heeft tot nu toe slechts een relatief klein aandeel gehad in de verzekerde schade in Europa. Toch is het wereldwijd het snelst groeiende weerrisico. Uit onderzoek van het Swiss Re Institute blijkt dat de verzekerde schade door bosbranden in Europa sinds 1970 in reële termen met naar schatting 8–11% per jaar is toegenomen. De vroege start van het bosbrandseizoen in Europa illustreert hoe de risico’s veranderen. Brandseizoenen worden langer, terwijl omstandigheden die bosbranden in de hand werken vaker voorkomen en regio’s treffen die historisch gezien minder kwetsbaar waren.
Hoewel de activiteit van zware convectieve stormen in de VS bovengemiddeld bleef, troffen relatief weinig van de gebeurtenissen met de grootste impact Texas, de Zuidelijke Vlaktes en het Zuidoosten, waar de combinatie van frequente stormen en een hoge concentratie van verzekerde activa doorgaans de grootste verzekerde schade veroorzaakt. Dit illustreert hoe verzekerde schade niet alleen afhangt van de ernst van de gebeurtenissen, maar ook van de plaats waar ze toeslaan.
Verzekeringen dekten ongeveer 42% van de economische schade in de eerste helft van het jaar, wat boven het 30-jarige gemiddelde van 33% ligt. Dit weerspiegelt de concentratie van schade in markten met een hoge verzekeringsgraad en bij risico’s die op grote schaal zijn gedekt. Daarentegen veroorzaakte de reeks aardbevingen in Venezuela naar schatting 20 miljard USD aan economische schade. Hoewel er nog geen betrouwbare schatting van de verzekerde schade beschikbaar is, wijst de lage verzekeringspenetratie erop dat naar verwachting slechts een klein deel van de schade verzekerd is.
Een rustiger eerste halfjaar betekent niet noodzakelijkerwijs een rustiger jaar. Historisch gezien is de tweede helft van het jaar goed voor gemiddeld 58% van de wereldwijde verzekerde schade door natuurrampen, voornamelijk als gevolg van orkanen in de Noord-Atlantische Oceaan. Hoewel El Niño de orkaanactiviteit in de Atlantische Oceaan doorgaans afremt, neemt dit het risico op orkanen die het vasteland bereiken niet weg: 22% van de orkanen die sinds 1950 het vasteland van de VS hebben bereikt, vond plaats tijdens El Niño-omstandigheden. Atlantische orkanen vormen echter slechts één onderdeel van het rampenrisico in de tweede helft van het jaar. El Niño kan de activiteit van tropische cyclonen in het centrale en oostelijke deel van de Stille Oceaan beïnvloeden en zou het risico op overstromingen, bosbranden en andere extreme weersomstandigheden elders kunnen veranderen.
De langetermijnfactoren die rampenschade veroorzaken blijven ongewijzigd, waaronder de toenemende blootstelling in rampgevoelige gebieden en stijgende wederopbouwkosten. Het versterken van de veerkracht en het verminderen van het onderliggende risico zullen daarom steeds belangrijker worden om de betaalbaarheid en beschikbaarheid van verzekeringen te waarborgen.
Vanaf deze pagina is het volledige rapport van Swiss Re Institute getiteld 'First-half 2026 insured natural catastrophe
losses: below trend, rising risks' te downloaden.
Foto: door Johannes Plenio op Pexels.com
Geplaatst op 13-08-2026
< VorigeVolgende >
Share on:
