Geen misbruik procesrecht door Rotterdams advocatenkantoor

Het Rotterdamse advocatenkantoor Elfi heeft geen misbruik gemaakt van procesrecht in een letselschadeprocedure. Dit heeft de rechtbank Rotterdam bepaald in een recente uitspraak.

Foto: Onur Emre Elfi Letselschade
 

De rechtbank zet hiermee een streep door een eerdere uitspraak van de Rotterdamse rechter. Volgens hem spant het kantoor te vaak deelgeschillenprocedures aan tegen verzekeraars die de buitengerechtelijke kosten niet willen betalen. Een dergelijke procedure is daar niet voor bedoeld, aldus de Rotterdamse rechter (vindplaats uitspraak ECLI:NL:RBROT:2019:266).

Een andere rechter van dezelfde rechtbank deelt deze opvatting niet (vindplaats uitspraak ECLI:NL:RBROT:2020:2843). Het aanspannen van een procedure is slechts zelden onrechtmatig, aldus de rechtbank, temeer omdat toegang tot een onafhankelijke rechter is vastgelegd in artikel 6 van het EVRM. Procederen, kortom, is een mensenrecht waar niet zomaar aan getornd mag worden. En deze rechter heeft dit ten onrechte wel gedaan.

Mr. Onur Emre, advocaat en eigenaar van advocatenkantoor Elfi vindt het terecht dat deze Rotterdamse rechter is gecorrigeerd door zijn collega. "Zijn opmerkingen richting het kantoor waren volledig misplaatst. Deze rechter doet al jarenlang dit soort kortzichtige uitspraken in letselschadezaken. Vooral ten nadele van slachtoffers. Onbegrijpelijk, want beide partijen hebben niets aan dergelijke uitspraken."

Waaraan Emre zich vooral stoort is dat deze rechter in deelgeschilprocedures het geschil niet oplost, maar juist verergert. "Dat zie je ook in deze zaak. Zo creëert hij eigenlijk alleen maar extra werk voor zijn collega's bij de rechtbank die zijn onterechte oordelen steeds opnieuw moeten rechtbreien. En dat terwijl de deelgeschillenprocedure door de wetgever juist in het leven is geroepen om vastgelopen onderhandelingen (o.a. bevoorschotting van de schade) tussen partijen over de hoogte van de schade vlot te trekken. Met als achterliggend idee dat een rechter op objectieve wijze naar een geschil kijkt en een voor beide partijen aanvaardbare beslissing neemt."

Volgens Emre heeft deze rechter met zijn uitspraak een verkeerd signaal gegeven op de letselschadebranche. "Want alle rechters kijken ernaar en doen er iets mee. Ze brengen het ter sprake tijdens zittingen en andere procedures. Advocaten van de wederpartij beginnen er ook steeds weer over, die kunnen er geen genoeg van krijgen." Emre hoopt dat de houding van deze rechter is veranderd door deze uitspraak. "Maar één zwaluw maakt nog geen zomer, dus we zullen zien. Voorlopig is mijn kantoor nog overgeleverd aan de grillen van de rechter."

Reactie Clemens Roijackers - RodoC
"Op zich heeft Emre gelijk dat de rechter in de tweede uitspraak het optreden van Emre niet kwalificeert als misbruik van procesrecht, dan wel onrechtmatig procederen. De stelling van de verzekeraar op dat punt wordt verworpen. Maar de rechter in de eerste uitspraak heeft helemaal niet geoordeeld dat Emre onrechtmatig heeft geprocedeerd. Emre's stelling dat de tweede rechter de eerste rechter gedesavoueerd zou hebben is volstrekt onjuist.

De eerste rechter heeft alleen maar geoordeeld dat Emre de deelgeschilprocedure voor iets anders gebruikt dan waarvoor hij is bedoeld, namelijk uitsluitend inning van buitengerechtelijke kosten (BGK) zonder onderbouwing van de schade van het slachtoffer zelf. De verzekeraar in de tweede zaak heeft dit oordeel verkeerd geëxtrapoleerd, namelijk dat Emre onrechtmatig procedeert. En die stelling is verworpen. Dat is dus niet een oordeel van de eerste rechter, maar een stelling van de verzekeraar in de tweede zaak.

Dat Emre een stelling van de verzekeraar in de tweede zaak kwalificeert als een oordeel van de eerste rechter, beschouw ik als tendentieus en onheus ten opzichte van de eerste rechter. Bovendien verschilt de tweede beschikking van de eerste beschikking in die zin, dat het in de tweede beschikking vaststaat dat het slachtoffer zelf enige schade heeft geleden. In de eerste uitspraak staat nu juist niet vast dat er, behalve de BGK, schade van het slachtoffer zelf is.

Dit soort verkeerde extrapolaties - zowel van de verzekeraar als van de belangenbehartiger - is een belangrijke hinderpaal in de schaderegeling."

 

Geplaatst op 09-06-2020


Share on: