Slechts 1 op 3 stokers heeft brandblusser voor het grijpen

Nederlandse kachel- en openhaardgebruikers doen te weinig aan brandpreventie. Dat blijkt uit onderzoek van Univé.


Nu de dagen korter worden en de nachten kouder, wrijven duizenden Nederlanders zich deze maand weer in de handen en bedenken om gezellig de kachel of open haard weer aan te steken. Gezellig natuurlijk, maar is het ook veilig? Wel als je de juiste voorzorgs- en onderhoudsmaatregelen neemt. Toch nemen lang niet alle Nederlandse stokers het daar even nauw mee. Ruim een kwart van hen laat niet jaarlijks de schoorsteen vegen en slechts een derde heeft een brandblusser thuis.

Onbezorgd stoken
Jaarlijks wordt maar liefst 80 procent van de ruim 1 miljoen houthaarden in Nederland actief gebruikt, voornamelijk voor sfeerverwarming. Volgens veel haardgebruikers geeft het stoken van een houtkachel of open haard geen hoog risico. 86 procent van de mannelijke stokers steekt zijn hand ervoor in het vuur dat zich geen ongelukken voordoen. Vrouwelijke haardliefhebbers zijn voorzichtiger in hun schatting, maar met 73 procent toch ook ruimschoots optimistisch over een zorgeloos avondje bij het vuur. Volgens de meeste haardgebruikers (33 procent) geeft een technisch defect van een apparaat de grootste kans op brand. Ook kortsluiting met elektra (26 procent), brandstichting, blikseminslag of koken (allen 9 procent) worden erkend als waarschijnlijke brandoorzaken. Slechts 2 procent van de stokers vermoedt dat het stoken van een haardvuur het grootste brandgevaar met zich meebrengt.

2.000 schoorsteenbranden per jaar
Toch is stoken volgens Brandweer Nederland een van de drie meest voorkomende brandoorzaken. Vaak gaat het om schoorsteenbranden, waarvoor de blusdienst jaarlijks ruim 2.000 keer per jaar uitrukt. Schoon en veilig stoken voorkomt ophoping van onverbrande deeltjes in het rookkanaal, terwijl de schoorsteen tenminste één keer per jaar grondig geveegd moet worden om een schoorsteenbrand uit te sluiten. Ruim een kwart van de Nederlandse stokers voldoet niet aan deze norm. Vier procent neemt zelfs het volle risico en laat het rookkanaal nooit vegen.

Rookmelders en brandblussers niet vanzelfsprekend
Ook andere voorzorgsmaatregelen die voortijdig alarmeren of kunnen helpen een brand te voorkomen zijn niet altijd getroffen. Bij 35 procent van de stookhuishoudens ontbreekt een rookmelder, 64 procent heeft geen koolstofmonoxidemelder en slechts één op drie stokers heeft een brandblusser voor het grijpen wanneer het misgaat. Een kleine 15 procent zet uit voorzorg een emmer zand klaar om bij calamiteiten het vuur te doven, terwijl 10 procent vertrouwt op een preventieve emmer water. Ten onrechte overigens, want blussen met water veroorzaakt stoom dat het rookkanaal niet snel genoeg kan afvoeren, waardoor de wanden van de schoorsteen kunnen scheuren en zelfs exploderen.

Brandrisico voorkomen en beperken
Erik Dokter, manager Verzekeringsbedrijf bij Univé, is geschrokken van de uitkomsten van het onderzoek en legt uit dat behalve het brandrisico vooral het emotionele leed van brand niet onderschat moet worden. ‘Met een woonverzekering ben je goed verzekerd tegen brandschade. Maar vooral omdat het traumatisch en levensgevaarlijk is, wil je brand natuurlijk voorkomen of op zijn minst zo snel mogelijk beperken wanneer het zich voordoet,’ aldus Dokter. Hij benadrukt dat haardliefhebbers zelf al veel kunnen doen om risico’s te beperken. ‘Met onze preventiediensten helpen we onze leden actief met tijdig en grondig schoorsteenonderhoud. Maar voor een klein bedrag kun je zelf je risico al verminderen door eenvoudig een rookmelder op te hangen. En voor een paar tientjes per jaar ben je er met een brandblusser én het jaarlijkse onderhoud zeker van dat een haardvuur vooral gezellig blijft.’
 
Bron: Nederlandse Haarden en Kachelbranche
 
Geplaatst op 08-11-2019