Kifid: (on)voldoende voorzichtig hangt af van omstandigheden

Een consument claimt op haar reisverzekering bij Interpolis de schade als gevolg van verlies/diefstal van haar handbagage met persoonlijke bezittingen. De verzekeraar wijst de claim af, omdat de consument niet voorzichtig genoeg zou zijn geweest.

De consument beklaagt zich hierover bij Kifid. De Geschillencommissie concludeert dat niet kan worden gezegd dat in deze situatie de consument niet goed op haar spullen heeft gelet. Hooguit is er sprake van een moment van onbedachtzaamheid, aldus de vandaag gepubliceerde uitspraak. De verzekeraar kan zich niet beroepen op de ‘normale voorzichtigheidsclausule’ in de verzekeringsvoorwaarden en moet de ontvreemde persoonlijke bezittingen alsnog aan de consument vergoeden.

Na een vakantie op Ibiza rijdt een consument samen met haar zus en moeder met een taxi naar het vliegveld voor de terugvlucht naar Nederland. Bij aankomst op het vliegveld laadt de taxichauffeur de bagage uit, de consument stapt uit en rekent af met de taxichauffeur. Zodra de taxi is weggereden, constateert de consument dat haar handbagage - een groot formaat handtas - niet is uitgeladen. De consument claimt op haar reisverzekering de schade als gevolg van ontvreemding van haar handbagage met persoonlijke bezittingen. De verzekeraar wil de niet-diefstalgevoelige spullen uit de ontvreemde tas wel vergoeden, de diefstalgevoelige spullen echter niet. Volgens de verzekeringsvoorwaarden zijn diefstalgevoelige persoonlijke bezittingen alleen verzekerd als een verzekerde daar extra goed op let. Omdat de consument volgens de verzekeraar onvoorzichtig is geweest, is er geen dekking voor de ontvreemde diefstalgevoelige persoonlijke bezittingen. Onder ‘diefstalgevoelige persoonlijke bezittingen’ verstaat de verzekeraar onder meer computers, tablets, foto- en filmapparatuur, sieraden en spullen van leer en bont, zo staat in de verzekeringsvoorwaarden.
 
Normale voorzichtigheid
Hoofdvraag voor de Geschillencommissie in deze klacht is of de consument voldoende voorzichtig is geweest met haar handbagage. Of een consument de ‘normale voorzichtigheid’ in acht heeft genomen is iedere keer afhankelijk van de concrete omstandigheden van de gebeurtenis. Welke mate van voorzichtigheid van een consument kan worden verwacht, hangt onder andere af van de situatie en omgeving waarin iemand zich bevindt, van de aard van de verzekerde spullen en van wat de verzekeringsvoorwaarden zeggen over de ‘normale voorzichtigheid’. Zo kan van belang zijn wat de afstand was tussen de verzekerde en de bagage, of de verzekerde alternatieve maatregelen had kunnen nemen om verlies te voorkomen, of er omstandigheden waren waardoor de aandacht van verzekerde was afgeleid. Omdat de omstandigheden bij iedere gebeurtenis anders zijn, is een algemeen oordeel over wanneer voldaan is aan de ‘normale voorzichtigheid’ niet te geven. Ook is het geen algemene regel dat sprake moet zijn van ernstige mate van schuld, voordat een verzekeraar zich kan beroepen op de normale voorzichtigheidsclausule. Voor zover dit zou kunnen worden gelezen in eerdere uitspraken van de Geschillencommissie, komt zij daar met deze uitspraak uitdrukkelijk op terug.
 
Onbedachtzaamheid
Van deze consument mocht een hogere mate van oplettendheid worden verwacht, aangezien in de handbagage luxe merkartikelen zaten. De consument was zich daarvan bewust, zo blijkt uit het feit dat zij diverse waardevolle spullen in een heuptasje bij zich droeg. Overige waardevolle spullen heeft zij in een tas als handbagage meegenomen. Deze tas stond tijdens de taxirit bij haar zus achterin. Pas bij het uitstappen verloor de consument het zicht op haar tas. Bij het afrekenen met de taxichauffeur was haar aandacht afgeleid van de bagage. De Geschillencommissie oordeelt dat het er alle schijn van heeft dat de taxichauffeur zich de handbagage van de consument doelbewust heeft toegeëigend met gebruikmaking van de hectiek bij een vliegveld. Gelet ook op het zeer korte tijdsbestek waarin dit alles gebeurde, is hooguit sprake geweest van een moment van onbedachtzaamheid, concludeert de Geschillencommissie. Er kan niet worden gezegd dat in de gegeven omstandigheden de consument onvoldoende voorzichtig is geweest. De Geschillencommissie merkt daarbij op dat consumenten een reisverzekering, waarbij zowel diefstal als verlies zijn gedekt, nu juist afsluiten met het oog op dit soort min of meer ongelukkige voorvallen.
 
Kortom: in de gegeven omstandigheden is de consument voldoende voorzichtig geweest. De verzekeraar kan zich er niet op beroepen dat deze consument niet goed op haar spullen heeft gelet. De verzekeraar moet de schade als gevolg van de ontvreemde handbagage alsnog dekken.
 
De uitspraak GC 2019-581 in deze klacht van een consument tegen Interpolis is bindend.  
 Link naar de volledige uitspraak: https://www.kifid.nl/judgement/uitspraak-2019-581-bindend/
 
Geplaatst op 15-08-2019