Jean van Oosterhout (AGCS) vertelt over zijn voorbereiding voor de run for ALS

Maandelijks geven wij een update over de training van Jean van Oosterhout als voorbereiding op de marathon van New York. Jean loopt de marathon voor ALS. Een bijzonder mens met een bijzondere prestatie en een enorm doorzettingsvermogen. Na een korte terugval van Jean zijn de ontwikkelingen inmiddels opmerkelijk en zeer bemoedigend en gaat de training gestaag verder.

Wat is ALS?
ALS staat voor Amytrophische Laterale Sclerose, een progressieve zenuw/spierziekte waarbij de motorische zenuwcellen in het ruggenmerg, de hersenstam en in de hersenen langzaam afsterven. Dit proces is onomkeerbaar en daarmee fataal. Spierzwakte en uiteindelijk verlamming van de spieren zijn hiervan het gevolg. De levensverwachting na de diagnose ALS is gemiddeld drie jaar.
 
Stichting ALS Nederland werft fondsen voor wetenschappelijk onderzoek naar ALS, maar ook voor projecten om de kwaliteit van zorg en de kwaliteit van leven van patiënten en mantelzorgers te verbeteren. 
 
En dit is waar ik iedere dag het vuur voor uit de sloffen loop, om zoveel mogelijk voor dit doel in te zamelen. In een eerder artikel in SCHADE magazine gaf ik aan, dat deze uitdaging zo zwaar is, dat ik dit niet alleen kan en dat uw hulp daarom onmisbaar is. Gelet op de genereuze donaties en de zeer warme reacties tot nu toe, is één ding duidelijk; ik sta er niet alleen voor!
 
Dit geeft zo mogelijk nog meer motivatie, maar bovenal veel inspiratie en creativiteit.  Hartelijk dank daarvoor, want naast de broodnodige donaties voor ALS heeft dit nu al voor een belangrijke doorbraak gezorgd in de aanpak van een van de grootste belemmeringen om te kunnen hardlopen.
 
Hoe staat het eigenlijk met de training?
De twee belangrijkste obstakels die het maken van een hardlooppas, en daarmee de training, belemmeren zijn het ontbreken van gevoel in de voeten en een slechte rompbalans.  Door verkeerde of verkeerd getimede zenuwprikkels worden bepaalde spieren in de romp, die belangrijk zijn voor het evenwicht, verkeerd of op het verkeerde moment of zelfs helemaal niet aangestuurd. Vanaf een hoog wandeltempo leidt dat tot spierkrampen, spierspasmes en zijwaarts omvallen. Om een idee te geven; elke ochtend viel ik gemiddeld 8 keer en waren er 10 tot 15 momenten waarop het vallen juist kon worden voorkomen. De dagelijkse ochtendwandeling met op de rug een met water gevulde rugzak heeft, veel sneller dan gehoopt, zijn vruchten afgeworpen. Ik moet de spieren in de romp nog steeds bewust aansturen, maar de controle is zo ver terug, dat ik zelfs hardlopend niet meer val. Eén obstakel is dus opgelost. Op naar het volgende.
 
Lopen met voeten die je niet voelt, is alsof je op luchtkussens loopt die alle kanten kunnen opgaan. Hoe sneller de looppas, des te moeilijker de aansturing van de voeten. Dit is het grootste probleem waardoor ik nog steeds niet gericht kan trainen voor de marathon.
 
De ondersteuning en reacties van de donateurs inspireerden echter tot nieuwe experimenten om de aansturing van de voeten nog intensiever te trainen. Zo liep ik in een hoog wandeltempo, met op de rug een rugzak gevuld met boeken, van Scheveningen naar Hoek van Holland. Een afstand van 21 km, over het strand. 
Door de instabiele ondergrond van zand, moest over elke stap worden nagedacht. Ik had er rekening mee gehouden dat ik vaak zou moeten rusten, vandaar dat er boeken in de rugzak zaten en geen water. De concentratie op de voetbewegingen was echter zo hoog, dat ik de vermoeidheid en de tijd vergat. Slechts 1 kopje koffie uit de thermosfles en 4 uur en 25 minuten later eindigde dit experiment zeer succesvol in Hoek van Holland, waar, alsof het zo moest zijn, een bord de richting en afstand naar New York aangeeft… 
Op hemelvaartsdag verliep de tweede tocht, in omgekeerde richting en zonder onderbreking, tien minuten sneller en met aanzienlijk minder inspanningen van het brein. Ik weet nu dat ik mij 4 uur en 15 minuten onafgebroken kan inspannen, en dat is vermoedelijk de tijd dat ik mij in New York zal moeten inspannen om de marathon te volbrengen.
 
De conditie is door al deze activiteiten snel en fors toegenomen, maar om de marathon te kunnen volbrengen is het kunnen hardlopen natuurlijk een belangrijke voorwaarde. Gelukkig zijn er diverse mensen in mijn omgeving die af en toe als “haas” voor mij uit willen lopen. Door goed te focussen op de voeten van mijn haas, wordt er een stapje in het denkproces overgeslagen, en ben ik in staat de looppas van mijn voorganger te kopiëren. En zo is het inmiddels gelukt om 10,4 km non-stop hard te lopen in een tijd van precies 1 uur.
De beperking die zich nu voordoet, is er een waar ik nooit bij stil heb gestaan, maar die mij uiteindelijk wel laat stilstaan. Mijn hazen kunnen mij niet over dee 10 km brengen, omdat die afstand hun limiet is.
 
Er staan dus nieuwe experimenten op stapel. Eén daarvan is om achter een fiets aan te lopen. Op dit moment lukt dat tot slechts 3 á 4 km, daarna verlies ik de controle over de voeten. Een ander experiment is wel succesvol; het lopen met twee hazen.  Zodra de eerste moe wordt, neemt de tweede het over op een vooraf afgesproken punt. Tegelijkertijd oefen ik bijna iedere avond om toch solo te kunnen lopen.

De langste afstand die ik zonder haas hardlopend kon afleggen was 1.800 meter... maar helaas onderbroken door diverse korte pauzes van enkele minuten om de duizeligheid en misselijkheid te laten zakken.
 
Om dit trachten te verbeteren kocht ik een speciaal harnas, dat als verplichte uitrusting geldt tijdens extreme bergmarathons. 
In het harnas zijn waterreservoirs ingebouwd. Hoewel bedoeld voor drinkwater gebruik ik het om tijdens het hardlopen 2,5 kg extra gewicht mee te dragen. Natuurlijk hoop ik dat dit de conditie sneller verbetert. Maar het experiment ziet op een heel ander doel.
Door in het waterreservoir, tegen de gebruiksinstructies in, een flinke luchtbel te blazen, voel ik het reservoir niet alleen klotsen, maar hoor ik het geklots ook. Onder normale omstandigheden is dit uiterst storend, maar ik zocht in de combinatie van de beweging en het geluid van het water een soort telltale, signaal en ritme. Eenmaal hieraan gewend hoopte ik om te kunnen bepalen wanneer en hoe ik de volgende pas inzet, zodat ik over het ritme van de voetbewegingen iets minder intensief hoef na te denken.
 
Het weekend na Hemelvaart is dat voor het eerst gelukt en liep ik 2 km hard, zonder haas, zonder pauzes en zonder te vallen. 
De eerste 2 km van de 42 km gaan dus met zekerheid lukken! Dit is een beter resultaat dan ik op dit moment al had verwacht, temeer daar nog maar vier maanden geleden een hardlooppas op de loopband niet langer dan 15 seconden kon worden volgehouden. Voor die 15 seconden is acht maanden geoefend.
 
Het volgende doel is een gezamenlijke training met het ALS marathon team. Stap voor stap gaat het daarna richting een echte wedstrijd, maar daar ben ik nu nog niet klaar voor.
 
Wie helpt mij op weg naar de volgende stap in de strijd tegen ALS? Bezoek daarvoor: https://www.alsrunners.nl/actie/jean-van-oosterhout
 
Jean van Oosterhout, AGCS
 
 
Geplaatst op 05-06-2019