Verslag stakeholdersoverleg bij het Ministerie van Financiën

Op 7 mei was de Commissie Financiële Dienstverlening (CFD), de brancheorganisatie voor onafhankelijke financiële dienstverleners in Nederland, aanwezig bij het stakeholdersoverleg bij het Ministerie van Financiën inzake de onderwerpen DVD, titel onafhankelijk adviseur, actieve provisietransparantie schade en post-contractuele zorgplicht. Dit zijn een aantal punten die voortkomen uit de evaluatie provisieverbod complex, dat in 2018 werd gehouden.

Naast collega brancheorganisaties Adfiz en OvFD zaten ook AFM, VvV en de Consumentenbond aan tafel en nog ca. 15 andere partijen! De middag werd begeleid door vier vertegenwoordigers van het ministerie.

 
DVD
Voorafgaand aan deze meeting hebben genodigden een discussiestuk ontvangen (een 8 puntenplan) van het ministerie, met het verzoek daar al schriftelijk op te reageren. Inzet van het ministerie is om het DVD te verbeteren, omdat het te weinig wordt gebruikt. Daarnaast onderzoekt het ministerie of het DVD ook meer kan worden ingezet als vergelijkingsdocument. CFD heeft zowel schriftelijk als tijdens het overleg de volgende zaken naar voren gebracht.
  1. CFD heeft gevraagd de onderzoekskosten niet via de AFM om te slaan naar vergunninghouders. Het ministerie heeft bevestigd dat de kosten door het ministerie zelf worden gedragen.
  2. CFD heeft aangegeven dat het voortbouwen op het 'mislukte' DVD misschien wel een verkeerde keuze is en heeft partijen opgeroepen ook 'out of the box' te denken.
  3. CFD heeft gepleit voor een nul-meting en het vastleggen van een te bereiken doel, om het effect van de nieuwe investeringen beter te kunnen meten.
  4. CFD heeft gewezen op het feit dat, nu integraal advies steeds meer de norm wordt, we zouden moeten streven naar één DVD in plaats van drie verschillende.

De algemene consensus bij de aanwezigen was dat het DVD een digitale vorm moet krijgen, die gelaagd informatie aanbiedt. Het ministerie gaat op basis van alle input (waaronder een prima dialoog) verder onderzoeken welke richting het best passend is.

Titel onafhankelijk adviseur
De minister van Financiën had eerder schriftelijk voorgesteld om drie begrippen te introduceren om consumenten te helpen adviseurs beter van elkaar te kunnen onderscheiden. Het voorstel is de termen onafhankelijk adviseur, zelfstandig adviseur en de verkoopadviseur te gebruiken. 

Als snel werd duidelijk dat er brede consensus was bij de aanwezigen om het zo eenvoudig mogelijk te houden. Een onafhankelijk adviseur en een gebonden adviseur. Binnen deze groepen kunnen echter weer subgroepen worden gedifinieerd en CFD heeft aangegeven dat er vast ook nieuwe mengvormen zullen ontstaan (denk aan SNS-bank hypotheek adviseur). Het ministerie gaat dit verder onderzoeken.

Actieve provisietransparatie schade
Het doel van het ministerie is om met actieve provisietransparantie voor schade, consumenten voorafgaand aan het afsluiten van verzekeringen (pre-contractueel) bewust te maken van de dienstverlening waarop ze recht hebben en de prijs die ze daar indirect (via de premie) voor betalen.

Wederom werd door het ministerie aangegeven dat hiervoor een breed draagvlak bestaat bij de diverse consumentenorganisaties. Ook de AFM en het VvV zijn voorstander van actieve transparantie.

Het voorstel van het ministerie is om Artikel 86d van Bgfo (toegestane provisie) hiervoor aan te passen en de informatieplicht onder artikel 86i uit de Bgfo (informatieplicht/dienstenwijzer) aan te passen. In de dienstenwijzer moet dan informatie komen over de beloning (liefst in een eurobedrag per polissoort) en de dienstverlening voor die beloning.

Natuurlijk heeft CFD haar "partiële transparantie = perverse transparantie" visie herhaald. Er lijkt ook begrip te zijn voor het feit, dat het gek is om van een tussenpersoon volledige en actieve transparantie te vragen, zonder dat dit ook van de aanbieder wordt gevraagd. Uiteraard waren er ook partijen die dit minder vanzelfsprekend vonden.

CFD vindt dat, als blijkt dat er actieve transparantie moet komen, actieve transparantie voor de hele keten moet gelden (ook affiliate vergoedingen, marges verzekeraar etc.). Dit ook om te voorkomen dat het niet een distributie discussie wordt (macht in de keten) maar een discussie over transparantie blijft.

Uit de verdere discussie over dit onderwerp bleek de uitvoerbaarheid van pre-contractuele informatie over de exacte prijs en de te verlenen diensten voor schadeverzekeringen uiterst complex te zijn. Adfiz en OvFD hebben op dit onderdeel uitstekende bijdragen geleverd. Ook hier gaan het ministerie en de aanwezige partijen met de gegeven input aan de slag om te onderzoeken welke opties wenselijk zijn.

Verder bleek uit de discussie hoe belangrijk het is om een goede balans tussen een gelijk speeldveld en transparantie te bewerkstelligen. Zo merkte CFD op dat het niet uitlegbaar is dat een verzekeraar directe premies kan aanbieden die ver onder de inkoopprijs van het intermediair liggen.

Tijdens deze discussie is ook gesproken over klantgroepen. Onderscheid wordt gemaakt tussen consumenten, kleinzakelijk en grootzakelijk. Onduidelijk op dit moment is of het zinvol is om actieve transparantie voor alle klantgroepen te overwegen. Ook dit zal verder worden bestudeerd door partijen.

Post-contractuele zorgplicht
Het ministerie heeft om input gevraagd hoe de verschillende partijen hier tegen aan kijken. Het ministerie doet namelijk onderzoek of hier een gewijzigde invulling nodig is.

CFD heeft hierin een duidelijk standpunt ingenomen en gedeeld. CFD heeft gesteld dat er een verschil is in de Wft zorgplicht en de commerciële nazorg. De eerste betreft producttechnische aanpassingen op bestaande producten, die worden gecommuniceerd door verzekeraar en/of tussenpersoon. 

De commerciële nazorg betreft alle andere post-contractuele werkzaamheden, zoals herinrichting, rebalancing, inspelen op marktontwikkeling en aanpassen aan gewijzigde omstandigheden. Voor commerciële nazorg dient een klant te betalen. Dit kan (deels) via de doorlopende provisie uit de eerbiedigende werking, een financieel abonnementen of op uurtarief. Wel moet de commerciële nazorg professioneel worden ingericht.

We konden op veel bijval rekenen. Veel partijen zien ook het nut en belang van nazorg. Sommige partijen hebben aangegeven dat ze nazorg misschien wel belangrijker vinden dan de initiële aanschaf van financiële producten. Binnen de DVD blijft het dan ook een aandachtspunt en we gaan verder in gesprek met het ministerie om het onderscheid duidelijker uit te werken. Daarnaast pleit CFD ook voor het fiscaal stimuleren van het financieel abonnement.

Vervolg
Het ministerie gaat met alle input aan de slag en komt bij de betrokken partijen terug met een vervolg. CFD zal nog met een schriftelijke notitie het ministerie nader informeren over de verschillende onderwerpen en onze standpunten daarin herhalen. 

Tenslotte
Helaas ontbrak het aan tijd om ook nog andere punten uitgebreid in te brengen naar aanleiding van de evaluatie op het provisieverbod. CFD heeft tijdens het overleg voor sommige punten aandacht kunnen vragen, maar zal in bilaterale gesprekken hier verder mee aan de slag gaan. Het betreffen de volgende zaken.
  1. CFD zal, indien actieve transparantie afgedwongen wordt, sterk inzetten op het maken van uitzonderingen voor de klein- en grootzakelijke verzekeringsmarkt.
  2. CFD heeft in het stakeholdersoverleg aangegeven dat verwijzingen in officiële documenten naar consumentenorgansaties, die op wat voor manier dan ook zelf zijn betrokken bij advies of bemiddeling of affiliate activiteiten (content marketing), verboden moet worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Consumentenbond en VEH. Dit vinden we zeer belangrijk.
  3. Zonder een werkelijk gelijk speelveld moeten beslissingen op het gebied van transparantie uiterst zorgvuldig worden genomen, zo pleit CFD. Zolang dit speelveld er niet is, kan er ook geen sprake zijn van het versoepelen van de accountantscontrole op het kostprijsmodel bij aanbieders. CFD heeft aan het einde van het overleg het ministerie de definitie overhandigd van een 'gelijk speelveld', zoals dat is opgenomen in de financiële begrippenlijst.
  4. CFD heeft tijdens het overleg gepleit voor het afschaffen van de zinloze kennis -en ervaringstoets bij complexe producten en geopperd dit aan bod te laten komen in een standaard digitaal pre-contractueel traject. Inzet van CFD is om hiermee klanten beter te beschermen tegen verkeerde productkeuzes en ze bij het zakken voor de toets actief te sturen op onafhankelijk persoonlijk advies.
  5. CFD maakt zich grote zorgen over het oprekken van het begrip 'informeren' door bemiddelaars en direct writers. Het is voor klanten absoluut niet mogelijk om te ontdekken waar informeren stopt en advies begint. We zien steeds meer dat informeren wordt opgerekt om onder de adviesplicht uit te komen. Dat is een ontwikkeling die we krachtig moeten bestrijden.
  6. CFD maakt zich hard om de eerbiedigende werking van doorlopende provisie intact te laten, zeker nu duidelijk is geworden dat een meerderheid van belanghebbenden heeft aangeven de nazorg heel belangrijk te vinden.
Geplaatst op 13-05-2019