Onderzoek RiFD: Beoordeling gevolmachtigden aan herziening toe

In de afgelopen 10 jaar zijn er veel volmachtkantoren (gevolmachtigden) van eigenaar gewisseld. Kleine gevolmachtigden zijn gekocht door grotere en ook verzekeraars hebben kantoren gekocht. Dit blijkt uit onderzoek van het Ratinginstituut Financieel Dienstverleners (RiFD).

Door al die overnames zitten er thans nog 22 gevolmachtigden in de zgn. run-off fase. Ze bestaan nog wel, maar gaan op termijn op in het volmachtbedrijf van de koper. In het verleden zijn er al een groot aantal kantoren uit de markt verdwenen, die inmiddels de run-off fase zijn gepasseerd.

Dit alles betekent dat de markt de afgelopen jaren verder is ingedikt. We houden feitelijk 3 categorieën volwaardige spelers op de volmachtmarkt over. Dat zijn de huisvolmachten (volmachten voornamelijk voor eigen gebruik), de serviceproviders (volmachten waarin vooral risico’s van de subagenten worden ondergebracht) en de captives van de verzekeraars. De categorie overig bestaat vnl. uit banken of verzekeraars met een beperkt aantal volmachten voor de uitbreiding van hun eigen assortiment en genoemde run-off kantoren. Het blijkt dat meer dan driekwart van de kantoren (79%) een huisvolmachtkantoor is.

 

Huisvolmachtkantoren nader bekeken

Voor een juist begrip van de volmachtmarkt zoomen we nader in op de grootste groep, de huisvolmachten.

Een in de markt veel gebruikte indeling is die naar premievolume. Een huisvolmacht met een premievolume tot 2,5 mio wordt klein genoemd. Tussen de 2,5 en 5,0 mio premie middelgroot en daarboven groot.

Alle serviceproviders en captives vallen in de categorie groot.

Doordat recentelijk kleine huisvolmachten zijn overgenomen vertegenwoordigen kleine kantoren tegenwoordig nog slechts 35,6% van het totaal en daarmee zijn de kantoren redelijk gelijk verdeeld over de categorieën. Wel zit het gros van de geschatte 4 miljard premie nu dus bij de middelgrote en grote kantoren.
 

NVGA lidmaatschap

De meeste serviceproviders zijn lid van de NVGA. Bij de huisvolmachten en captives is twee op de drie lid van de NVGA.

Kleine huisvolmachten zijn vaker niet dan wel lid bij de NVGA, 64%. Hoe groter de huisvolmacht des te vaker is het kantoor lid van de NVGA.

 

Cijfers gevolmachtigden onder het vergrootglas

Doordat de gevolmachtigde zelf of via de eigen bemiddelaar de premie incasseert bestaan er veelal grote rekening-courant schulden aan verzekeraars. Deze zorgen aan de kant van de verzekeraar voor een solvabiliteitsbeslag (tegenpartij risico). Door de sterke concentratie van het aantal marktpartijen neemt het uitstaande obligo per partij fors toe en daarmee het solvabiliteitsbeslag. De aandacht bij verzekeraars neemt daardoor toe, waarbij naast de hoogte van de uitstaande schuld de inbaarheid een grote rol speelt.

In de model Volmacht Samenwerkingsovereenkomst (VSV) tussen verzekeraars en gevolmachtigden worden afspraken gemaakt over de rekening-courant en de financiële verantwoording. Dit model is tot stand gekomen na overleg tussen Verbond en NVGA. Zo is er onder andere tussen marktpartijen afgesproken dat de solvabiliteit van het volmachtbedrijf minimaal 20% moet zijn. Feitelijk steken verzekeraars hiermee hun kop in het zand, omdat de gevolmachtigde vaak een grote vordering, soms wel ter grootte van 50% van het balanstotaal, heeft op de eigen bemiddelaar en deze op inbaarheid zou moeten worden getoetst.

Toch heeft RiFD gekeken hoeveel % van de gevolmachtigden aan de sectornorm voldoet. Dit is gedaan aan de hand van deponeringen bij de KvK. Het blijkt dat er van het merendeel van de gevolmachtigden cijfers beschikbaar zijn.

Van 199 van de 207 zijn cijfers beschikbaar. Sommige gevolmachtigden hebben geen deponeringsplicht omdat het bedrijf met de volmachtvergunning een c.v. (Voogd) of v.o.f. (KHB, Adappto) is en die hebben geen deponeringsplicht of bewust niet deponeren dan wel recent zijn opgericht.

Het blijkt dat één op de drie gevolmachtigden niet voldoet aan de sectornorm. Captives laten we hier buiten beschouwing omdat deze vaak een intercompany schuld hebben aan de eigen verzekeraar. Het gaat dus in Nederland op 58 kantoren die onder de norm zitten.
 

Zoals gezegd moet hier genuanceerder naar gekeken worden dan nu het geval is. Zo zou gekeken moeten
worden naar:

·       Is er een 403 verklaring (soort garantie) afgegeven vanuit de Holding?

·       Ook al zitten de cijfers van de assuradeur boven de norm dan nog kan er een intercompany risico aanwezig zijn, waardoor de situatie minder gunstig is dan het lijkt.

·       Wat is de vermogenspositie en zijn de resultaten van de eigen bemiddelaar?

·       Waar zit het portefeuille recht?

·       Wordt er regelmatig geld aan het bedrijf onttrokken en zijn er zekerheden verstrekt?

 

Feitelijk moet er dus een slag dieper worden gekeken en is de huidige norm aan herziening toe. Mogelijke oplossing is om voortaan alleen nog geconsolideerd te gaan kijken naar volmachtbedrijven, dus niet enkel naar de cijfers van de assuradeur.

Zoomen we nader in op de huisvolmachten dan blijkt dat de kleine en middelgrote huisvolmachten vaker niet aan de norm voldoen dan de grote.

Opvallend is dat de grote huisvolmachten beter scoren dan de serviceproviders. Vermoedelijk komt dit doordat de serviceproviders na overnames minder goed gekapitaliseerd zijn.

 

NVGA kantoren en de norm

Veruit de meeste kantoren die niet aan de norm voldoen zijn NVGA lid, 40 van 58. Maar dat is ook logisch want 71% van de gevolmachtigden is lid van de NVGA.

Kijken we alleen naar de NVGA huisvolmachten dan blijkt dat de NVGA leden niet beter scoren dan de (vaak kleinere) niet-NVGA leden. In beide gevallen rond de 30%. Wel is het zo dat de serviceproviders die geen lid zijn van de NVGA veel slechter scoren dan serviceproviders die wel lid zijn van de NVGA.

Concluderend

·       Het aantal gevolmachtigden in Nederland is beperkt. In aantallen domineren de huisvolmachten, die bezien vanuit premievolume steeds groter worden.

·       Volgens de huidige solvabiliteitsnormering voldoet bijna een derde niet aan de norm. De normering is echter aan herziening toe, omdat deze zowel ten positieve als ten negatieve een aantal essentiële elementen weglaat.

·       De NVGA heeft een groot marktaandeel vooral onder grote serviceproviders en grote huisvolmachten. NVGA kantoren scoren qua solvabiliteit niet beter dan niet-NVGA kantoren.

 

Download hier het gehele rapport

Bron: Ratinginstituut Financieel Dienstverleners (RiFD)
Geplaatst op 28-05-2019


Share on: