De directe actie: altijd een zegen?

Het aansprakelijkheidsrecht en het verzekeringsrecht zijn met elkaar verweven. Een voorbeeld is de directe actie van art. 7:954 BW die ervoor zorgt dat een benadeelde in een letsel- of overlijdenszaak rechtstreekse betaling van de verzekeringspenningen bij de aansprakelijkheidsverzekeraar kan afdwingen.

De directe actie versterkt de positie van de benadeelde. Die loopt hierdoor niet het risico dat de voor hem bestemde verzekeringspenningen bij de verzekerde 'verdwijnen'. De directe actie ontstaat pas zodra de verzekerde  de schade heeft gemeld bij de verzekeraar. De gedachte hierachter is dat de verzekerde de keus moet hebben of hij de zaak zelf afwikkelt dan wel een beroep op zijn verzekering doet.

lndien de verzekerde een rechtspersoon is die inmiddels heeft opgehouden te bestaan, kan de directe actie zonder melding van de schade door de verzekerde worden uitgeoefend. ln een recent arrest van de Hoge Raad stond ter discussie of dit voor alle schades geldt of alleen voor de zogenaamde long-tail schades: schades die zich pas (na lange tijd) manifesteren nadat een rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan (zoals de gevolgen van blootstelling aan asbest). Het was namelijk exact dat voorbeeld dat in de parlementaire geschiedenis voor deze uitzonderingssituatie werd genoemd. 

ln deze zaak viel een op een bouwplaats tewerkgestelde werknemer door een dakplaat en vervolgens tien meter naar beneden, met ernstig letsel tot gevolg. Anderhalf jaar later stelde hij (ook) de hoofdaannemer aansprakelijk. Die bleek inmiddels echter failliet. De werknemer en de verzekeraar van de hoofdaannemer twistten over de vraag of de werknemer een directe actie toekwam, ook al had de hoofdaannemer de schade nog niet gemeld. Anders dan het hof, oordeelde de Hoge Raad dat hoewel de wetsgeschiedenis alleen long-tail schades noemt als voorbeeld van de uitzondering op het meldingsvereiste (waarvan hier geen sprake is), dit niet betekent dat deze uitzondering tot die gevallen beperkt is. De tekst van het artikel geeft daar geen aanleiding toe net zomin als de hiervoor genoemde beschermingsgedachte. Hoewel de wetgever kennelijk in de veronderstellig was dat het meldingsvereiste in de praktijk niet in de weg zou staan aan de uitoefening van de directe actie, zou de werknemer in kwestie wél belemmerd worden als  het meldingsvereiste hier onverkort zou gelden.Tenslotte kan het belang van de verzekerde om buiten de verzekering om de schade af te wikkelen, geen gewicht in de schaal leggen als de verzekerde niet langer bestaat.

Het arrest doet recht aan de positie van de benadeelde. Maar leidt het wezenlijk tot meer bescherming? Dat valt te bezien. De verzekeraar kan de dekkingsverweren die hij de verzekerde had kunnen tegenwerpen óók aan de benadeelde tegenwerpen. Gedacht kan worden aan de gevolgen van het niet tijdig melden van de claim, waardoor de verzekeraar in zijn belangen is geschaad, of het in mindering brengen van het eigen risico. Daar komt bij dat veel aansprakelijkheidsverzekeringen claims-made polissen zijn die enkel dekking geven voor claims die tijdens de looptijd van de verzekering worden gemeld. Zeker in combinatie met een eventuele insolventieclausule, waardoor de verzekeringsovereenkomst eindigt bij faillissement, zijn claims die pas na het faillissement worden ingesteld niet gedekt. Zonder uitlooprisico trekt de benadeelde dan alsnog aan het kortste eind.

Kortom, een pyrrusoverwinning...?

 

Janneke Kruijswijk Jansen - Kennedy van der Laan
Geplaatst op 10-05-2019