Stichting IMN heeft systeem laten ontwikkelen voor elektronische detectie van ongevallen

Sinds februari van dit jaar worden sommige ongevallen op snelwegen ontdekt door de computer in plaats van het menselijk oog. Het softwarebedrijf SIMON in Eindhoven heeft in opdracht van de Stichting IMN een systeem ontwikkeld voor de elektronische detectie van ongevallen ("EDO").

Foto: Het team van SIMON op bezoek bij IM-berger Sprankenis in Leende (van links naar rechts: Andrey Kateshov, Gerjo Sprankenis, Mike Evers, Erik van Breusegem, Moira Berens, Rudy van Haandel, Jaap Evertse)

Het systeem analyseert actuele data over de bewegingen van voertuigen op de weg. In deze zogenaamde floating car data wordt gezocht naar patronen die wijzen op het optreden van een ongeval, bijvoorbeeld een abrupte en duurzame daling van de snelheid van het verkeer. Als het ontdekte signaal sterk genoeg is, wordt een melding gestuurd naar het Landelijk Centraal Meldpunt dat vervolgens een IM-berger inschakelt. Onderzoek heeft uitgewezen dat de meldingen van EDO gemiddeld vier minuten eerder bij het LCM arriveren dan meldingen van dezelfde aanrijding door politie of verkeerscentrale.


De toepassing van EDO heeft voorlopig het karakter van een pilotproject. Deze is het vervolg op een proef in 2017 met ongevalsmeldingen door gebruikers van Flitsmeister. In die proef werden ongevallen die door tenminste drie weggebruikers waren gemeld door het LCM verwerkt tot een opdracht aan de berger. De proef had een gemengd resultaat. De Flitsmeister-meldingen waren veelal minuten sneller dan de meldingen van hetzelfde incident door andere bronnen. Maar er was ook veel loos alarm, zoveel dat in 2018 werd besloten de proef te staken.


De Stichting IMN is in de periode daarna op zoek gegaan naar een betere oplossing. Die werd gevonden bij SIMON, een bedrijf dat is gespecialiseerd in de ontwikkeling van zelflerende systemen. SIMON ontwikkelde met Flitsmeister en de Stichting IMN het systeem EDO. EDO ontvangt van Flitsmeister niet alleen ongevalsmeldingen, maar ook de floating car data van alle Flitsmeistergebruikers in de omgeving van een melding. Op basis van die data wordt vastgesteld of er echt iets aan de hand is of niet. Pas daarna wordt de melding doorgestuurd naar het LCM.


De floating car data kunnen worden verwerkt tot een film van het gemelde incident. Die film laat precies zien wat er rondom het tijdstip van een ongevalsmelding op de weg gebeurt. EDO verwerkt die informatie langs elektronische weg tot een beoordeling van de betrouwbaarheid van de melding. Daarmee is EDO vooralsnog afhankelijk van de visuele waarneming door de weggebruiker. De Flitsmeister-melding is de trigger voor het analyseren van floating car data op een bepaalde locatie en een bepaalde tijdstip.

Het gebruik van die trigger is een eerste stap in de ontwikkeling van EDO. Op den duur moeten incidenten worden gedetecteerd voordat ze door een automobilist zijn gemeld. De meeste automobilisten geven geen ongevallen door. Daarom verstrijken er vaak minuten voordat een ongeval wordt gemeld. Die minuten kunnen worden bespaard als EDO zich direct op floating car data richt.

De resultaten van de pilot met EDO zijn tot dusver bevredigend. De tijdwinst per melding is aanzienlijk en de kans op loos alarm is tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht. In de komende maanden zal worden gewerkt aan een verdere verfijning en versnelling van de elektronische detectie van ongevallen. In de zomer wordt besloten of EDO een regulier element wordt van de bedrijfsvoering van het LCM.

Brongegevens: SIMN
Geplaatst op 19-03-2019