Defensiepersoneel eist hogere vergoeding na blootstelling chroom(IV)

Ruim 300 slachtoffers hebben zich gemeld bij Drost Letselschade die over sterke aanwijzingen beschikken dat er een causale relatie is tussen hun werkzaamheden op voormalige NAVO POMS-sites en het feit dat zij ernstig ziek zijn geworden. Drost heeft zich gisteren tot justitie gewend met het verzoek om de vervolgings-mogelijkheden van de verantwoordelijken van de affaire rond de kankerverwekkende chroom(IV)verf te onderzoeken.

Bij Drost hebben zich ex-werknemers gemeld van NAVO POMS-sites in Brunssum, Coevorden, Eygelshoven, Ter Apel en Vriezenveen. Naast medewerkers van NAVO POMS-sites hebben zich ook ook land-, zee- en luchtmacht-medewerkers gemeld. 
Een grote groep ex-werknemers heeft volgens letselschade-expert Yme Drost kanker, maar ook andere ziektes/aandoeningen zijn bij Drost gemeld. Een aantal ex-werknemers is inmiddels aan kanker overleden, zegt Drost.


Ernstig gevaar voor de gezondheid
Uit de meldingen bij Drost komt naar voren dat werknemers van de NAVO-sites, voornamelijk burgerambtenaren, zijn blootgesteld aan kankerverwekkende chroom(VI)-verbindingen, die in CARC-verf (Chemical Agent Resistant Coating) aanwezig waren. “Tevens zijn er nadrukkelijke aanwijzingen dat Defensie en/of andere feitelijke werkgevers en/of verantwoordelijke leidinggevenden op de hoogte waren van het ernstige gevaar voor de gezondheid van de door defensie gebruikte verf en niets, althans (volstrekt) onvoldoende maatregelen hebben genomen om werknemers tegen die gevaren te beschermen”, zo schrijft letselschade-expert Yme Drost 11 februari in een brief aan de hoofdofficier van justitie van het parket Arnhem-Leeuwarden.

 

Van chroom(VI) is bekend dat het onder meer kankerverwekkend is en genotoxisch carcinogeen (het kan DNA beschadigen en zo erfelijke veranderingen veroorzaken). Ook kan chroom(VI) bij inhalatie en huidcontact allergische reacties veroorzaken.


Acht keer meer dan de toen geldende norm
Uit een onderzoek door de eigen arbodienst van de Koninklijke Landmacht op het depot in Vriezenveen in 1999 en analyses van lucht- en veegmonsters die in 2002 in Brunssum werden genomen, is gebleken dat ter plekke concentraties chroom(VI) zijn gevonden van 823 milligram per kilo stof, ruim acht keer meer dan de toen geldende norm.


Mogelijk opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel
Volgens Yme Drost zijn er volstrekt onvoldoende (beschermende) maatregelen genomen om de werknemers op de POMS-sites te beschermen voor de schadelijk chroom(VI)-verbindingen. “Dit terwijl Defensie nadrukkelijk op de hoogte lijkt te zijn geweest van de gevaren van die verf”, aldus Drost. Drost stelt dat verantwoordelijken zich mogelijk schuldig hebben gemaakt aan het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, al dan niet met de dood ten gevolge. Niet duidelijk volgens Drost is voor wie de werknemers op de NAVO-depots nu precies hebben gewerkt: “Defensie was blijkens de schriftelijke arbeidsovereenkomsten de werkgever en detacheerde kennelijk haar werknemers bij het Amerikaanse leger en/of Amerikaanse rechtspersonen.”


Wie waren verantwoordelijk?
Drost heeft daarom het Openbaar Ministerie (OM) verzocht “te onderzoeken wie verantwoordelijk waren voor de blootstelling van zijn cliënten aan chroom6-verbindingen, de producent van de verf daaronder begrepen, en in hoeverre strafrechtelijk vervolging, mede ook gelet op de Pikmeer-arresten mogelijk is.” Op het moment dat strafrechtelijke vervolgingsmogelijkheden door het OM aanwezig worden geacht, zal een aantal cliënten van Drost aangifte doen.

 

Geplaatst op 13-02-2019


Share on: