Verlies van controle over de richtingsbesturing tijdens waterlanding

Tijdens de landing, direct na het raken van het water, begon het vliegtuig naar links te draaien en ervaarde de bemanning problemen met de besturing van het vliegtuig. Door een volledige uitslag van het richtingsroer en met behulp van asymmetrisch vermogen is geprobeerd het draaien tegen te gaan.

De bemanning van de PH-PBY, een historisch amfibie vliegtuig, voerde een vlucht uit vanaf Lelystad Airport. De Nederlandse Koninklijke Marine heeft in en na de Tweede Wereldoorlog met circa 80 Catalina’s gevlogen, zowel in Nederland als in toenmalig Nederlands Oost-Indië. De PH-PBY is de enige in Nederland gestationeerde vliegende Catalina.

Het doel van de vlucht was het overvliegen van het Nederlands-Indië monument. Daar vond op dat moment een herdenking plaats van de Japanse capitulatie ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Na een vlucht van circa twee uur voerde de bemanning een vooraf geplande landing met doorstart uit, een standaardmanoeuvre, op het IJsselmeer nabij Lelystad.

Na een volledige draai van 360 graden werd de besturing onverwacht weer hersteld, waarna de gezagvoerder de copiloot vroeg maximum vermogen op beide motoren te selecteren. Het vliegtuig kwam vervolgens weer los van het water.

Na het passeren van 500 voet tijdens de klim merkten beide piloten via een inspectieluik op dat de linkerneuswieldeur ontbrak. Bij het naar beneden selecteren van het landingsgestel voor de landing op Lelystad Airport, bleef de rechterneuswieldeur gesloten en kwam het neuswiel niet naar buiten. Ook met het noodsysteem lukte het niet het neuswiel naar buiten te krijgen.

De bemanning was zich ervan bewust dat een landing met ingetrokken neuswiel onvermijdelijk was en informeerde Lelystad Airport. De landing werd zodanig uitgevoerd dat de neus zo lang mogelijk los van de landingsbaan bleef.

De schade als gevolg van de waterlanding bleef beperkt tot de constructie van het neuswiel en de neuswieldeuren. Door de landing op het vliegveld raakte de onderzijde van de neus van het vliegtuig beschadigd. De achttien inzittenden bleven ongedeerd.

Conclusie
Tijdens de landing op het water draaide het vliegtuig scherp naar links, hoogstwaarschijnlijk als gevolg van een vervormde linkerneuswieldeur die water schepte. De schade aan de deur is onbekend omdat deze, ondanks een zoekactie, niet is teruggevonden. Door de vervorming van de deur is het sluitmechanisme van de deur vervormd. Doordat de sluitmechanismen van de linker- en rechterneuswieldeur zijn gekoppeld, kon ook de rechterdeur niet meer worden geopend. Ten gevolge hiervan kon het neuswiel niet meer naar beneden worden geselecteerd.

De beslissing van de bemanning om de doorstart niet af te breken werd waarschijnlijk ingegeven door eerdere ongevallen met hetzelfde type vliegtuig, waarbij het vliegtuig is gezonken. Omdat het neuswiel niet naar beneden kon worden geselecteerd, was de bemanning gedwongen een landing zonder neuswiel uit te voeren. Deze werd zodanig uitgevoerd dat alleen de onderzijde van de neus van het vliegtuig beschadigd raakte.
 
De Onderzoeksraad voor Veiligheid
Als zich een ongeval of ramp voordoet, onderzoekt de Onderzoeksraad voor Veiligheid hoe dat heeft kunnen gebeuren, met als doel daar lessen uit te trekken. Op die manier draagt de Onderzoeksraad bij aan het verbeteren van de veiligheid in Nederland. De Raad is onafhankelijk en besluit zelf welke voorvallen hij onderzoekt. Daarbij richt de Raad zich in het bijzonder op situaties waarin mensen voor hun veiligheid afhankelijk zijn van derden, bijvoorbeeld van de overheid of bedrijven. In een aantal gevallen is de Raad verplicht onderzoek te doen. De onderzoeken gaan niet in op schuld of aansprakelijkheid.
Bron gegevens; Onderzoeksraad voor Veiligheid
Geplaatst op 02-01-2019