‘Kip-en-ei-kwestie’ opgelost

Eind 2016 is er via een (schade)makelaar verzocht om namens een verzekeraar van een veevoederbedrijf de schadeclaims van een groot aantal pluimveehouders te beoordelen. Twee jaar later is de zaak afgerond, met bijna een half miljoen euro besparing voor de verzekeraar.

De veertig schadeclaims van pluimveehouders betroffen leghennen die ineens uitvielen of minder eieren produceerden. Het vermoeden bestond dat dit werd veroorzaakt door het voer dat ze hadden gekregen. Het betrokken veevoederbedrijf en de Gezondheidsdienst voor Dieren startten een grondig onderzoek en kwamen in 2017 met een opvallende uitkomst. Geconstateerd werd dat de verminderde eiproductie alleen optrad bij witte leghennen en dat dit werd veroorzaakt door een natuurlijk ingrediënt dat in het voer was verwerkt. Een unieke situatie die nooit eerder was voorgekomen. 

Van grote waarde 
Voor CED/EMN lag er vervolgens de complexe taak om alle schade van grotere en kleinere pluimveehouders vast te stellen. Elke claim moest individueel beoordeeld worden, omdat de ondervonden schade nogal varieerde en sterk afhankelijk was van de leeftijd waarop de leghennen het voer hadden gekregen. Leghennen zijn vanaf hun 17e tot ongeveer hun 90e levensweek op een pluimveebedrijf. De eiproductie nam het sterkst af bij oudere leghennen; bij jongere leghennen waren de gevolgen weliswaar minder groot, maar wel langer merkbaar. Er volgden vele calculaties. Dit bleek voor de verzekeraar van grote waarde. Het uiteindelijk resultaat was, dat CED/EMN uitkwam op een totale schadelast die bijna een half miljoen lager lag dan het totaal van de oorspronkelijke claims.
Bron gegevens; EMN/CED
Geplaatst op 18-01-2019