Casus transportschade; overmacht of doorbreking van de limiet?

Schade aan of vermissing van vervoerde goederen tijdens transport leidt meestal tot discussie tussen vervoerder en ladingeigenaar. De vervoerder zoekt naar de ruimte die de CMR biedt om zich aan aansprakelijkheid te onttrekken. Daartegenover beproeft de ladingeigenaar de mogelijkheden die er zijn om zijn schade ongelimiteerd vergoed te krijgen.

Onlangs deed de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak in een zaak waar enerzijds een beroep op overmacht, en anderzijds een beroep op doorbreking van de limiet werd gedaan. De Rechtbank volgt in haar besluit de consistente lijn in bewijslastverdeling onder de CMR. 

CMR is een internationale conventie bij grensoverschrijdend wegvervoer. De afkorting CMR staat voor Convention Relative au Contrat de Transport International de Marchandises par Route (Conventie voor het Internationaal Vervoer van Zaken over de Weg). De CMR is van toepassing op alle vervoer over de weg van of naar een bij de conventie aangesloten land. De CMR is ook geldig bij een binnenlands transport als onderdeel van een internationaal transport. De CMR is dwingend recht (art. 41 CMR), er mag niet door partijen van af worden geweken.
 
De casus
DHL heeft een bestendige handelsrelatie met RSJ Transportes uit Portugal (hierna RSJ) en gaf op 30 maart 2015 in Eindhoven (onder meer) 10 pallets met laptops mee aan RSJ voor vervoer naar Portugal. De 10 pallets maakten deel uit van een groupagezending. Op de Autoroute in Frankrijk raakt de vrachtwagen van RSJ betrokken bij een ongeval. De chauffeur wordt meegenomen naar het ziekenhuis en de lading wordt door een bergingsbedrijf in bijzijn van de politie overgeladen. De lading wordt bij het bergingsbedrijf opgehaald door een andere chauffeur van RSJ en arriveert op 1 april 2015 alsnog in Portugal. Alhier blijken 7 van de 10 pallets laptops te ontbreken. De laptops op de wel aanwezige drie pallets zijn ernstig beschadigd door de stof Titanium Dioxide die door RSJ in Nederland in grote hoeveelheid was bijgeladen. 
 
DHL stelt RSJ aansprakelijk en vordert doorbreking van de limiet omdat sprake zou zijn van opzet dan wel bewuste roekeloosheid van de zijde van RSJ. RSJ beroept zich daarentegen op overmacht en wijst alle aansprakelijkheid af. Wie krijgt gelijk?
 
De motivatie van DHL: 
- na belading in Eindhoven met de 10 pallets laptops was er nog nauwelijks ruimte in de vrachtwagen over. Zeker onvoldoende ruimte voor de grote hoeveelheid Titanium Dioxide die later aanwezig bleek. 
- RSJ moet dus al in Nederland de 7 pallets laptops hebben overgeladen om daarna de grote hoeveelheid Titanium Dioxide te kunnen laden. Wat is er vervolgens met deze pallets gebeurd?
- De producent van de laptops heeft enkele van de vermiste laptops elektronisch kunnen detecteren in Portugal. DHL ziet dit als bewijs dat de 7 pallets ten tijde van het ongeval op de Autoroute niet aanwezig waren in de vrachtwagen maar langs andere weg in Portugal terecht zijn gekomen. De vervangende wagen van RSJ had deze pallets immers niet bij zich.
 
De motivatie van RSJ: 
- Op de vrachtbrief staat dat in Eindhoven ca. 23 ton elektronica in de vrachtwagen is geladen. Daarnaast vermeldt een persbericht over het ongeval, dat hierbij een vrachtwagen betrokken was die ca. 22 ton elektronica aan boord had. RSJ vindt dat hiermee vaststaat dat alle laptops zich dus wel degelijk in de vrachtwagen bevonden. 
- RSJ erkent dat er Titanium Dioxide is bijgeladen in de vrachtwagen maar ontkent lading te hebben overgeladen. RSJ heeft slechts de loze ruimten in de vrachtwagen gebruikt. Van overladen van de laptops was geen sprake. 
- Het ongeval is niet met opzet gebeurd. De chauffeur kon niet toezien op het overladen vanwege zijn verwondingen. De chauffeur die met de vervangende vrachtwagen bij het bergingsbedrijf de lading kwam ophalen mocht niet bij het beladen zijn. RSJ stelt dat de 7 pallets bij het bergingsbedrijf zijn verdwenen. 
Op de zitting wordt RSJ geconfronteerd met camerabeelden die bij DHL zijn gemaakt bij het beladen van de vrachtwagen. Uit deze beelden blijkt dat er niet tot nauwelijks ruimte was om nog wat bij te laden. Zeker niet de aangetroffen hoeveelheid Titanium Dioxide. Pas op dit moment erkent RSJ dat op Hazeldonk een aantal pallets met laptops in een andere vrachtwagen waren geladen om daarmee ruimte te maken voor Titanium Dioxide. 
 
De bewijslastverdeling binnen de CMR
DHL dient in beginsel te stellen en bewijzen dat sprake is van opzet of daarmee gelijk te stellen schuld. Vervolgens rust in geval van vermissing en beschadiging tijdens het vervoertraject op de vervoerder een verzwaarde motiveringsplicht indien zij de gestelde opzet betwist. Omdat de vervoerder gedurende het transport, met uitsluiting van andere partijen, als enige kennis heeft van wat er met de lading gebeurt, dient deze zoveel als redelijkerwijs mogelijk is aan informatie daaromtrent te verstrekken. Daarnaast moet de vervoerder laten zien welke acties in gang zijn gezet om een vermiste zending terug te vinden om op die manier de daardoor ontstane schade te beperken dan wel ongedaan te maken. 
 
De beslissing
De non-coöperatieve handelswijze van RSJ en het verzwijgen van relevante informatie,  wordt haar zwaar aangerekend. De Rechtbank beslist dat RSJ niet aan de verzwaarde motiveringsplicht heeft voldaan; RSJ heeft het door DHL gestelde “opzet” niet voldoende kunnen weerleggen. Van overmacht wordt geen sprake geacht. RSJ wordt veroordeeld tot vergoeding van de ongelimiteerde schade.
 
Een vervoerder behoort zijn proces zodanig op orde te hebben, dat te allen tijde kan worden getraceerd waar lading die aan zijn zorg is toevertrouwd, zich bevindt. Weigert een vervoerder inzicht in haar proces/systeem te geven en deze informatie (in geval van schade of vermissing) prijs te geven, wekt dat het vermoeden dat er iets te verbergen is. Uit deze uitspraak blijkt (weer) dat het de vervoerder niet baat om “op de hem beschikbare informatie te blijven zitten”.

Wilt u meer kennis vergaren omtrent de aansprakelijkheid van vervoerders en de daarmee samenhangende belangen van de ladingeigenaar? Dat kan in de workshop “Transport en Verzekeren“ van Bureau DFO. Aan de hand van actuele praktijkvoorbeelden wordt deze complexe materie inzichtelijk gemaakt. 
Jan Schrijver; bron gegevens Bureau DFO; foto door Louise Melchers
Geplaatst op 07-08-2018