WLTP leidt tot hogere CO2-waarde en kosten

Voor auto’s die na 1 september 2018 worden geregistreerd, geldt als gevolg van WLTP een hogere emissiewaarde en daarmee een hogere BPM. Erik Wijbenga, country manager van Dragintra Fleet Services Nederland, waarschuwt voor de nu nog vaak onbekende kostenverhogingen voor werkgevers met wagenparken én de fiscale bijtelling voor medewerkers. Deze nieuwe meetmethode voor CO2-uitstoot heeft bovendien gevolgen voor de haalbaarheid van emissienormen in het mvo-beleid van werkgevers.

WLTP staat voor Worldwide harmonized Light vehicles Test Procedure en is de nieuwe manier van het meten van CO2. “Een eerlijkere manier”, zegt Erik Wijbenga in een interview, “want WLTP meet de uitstoot in de praktijk.” WLTP vervangt de oude testmethode NEDC, waarbij de metingen in een laboratorium, onder de meest gunstige omstandigheden, plaatsvinden. Een auto heeft onder WLTP dus altijd een hogere uitstoot dan onder NEDC, ook al wordt de auto in werkelijkheid niet milieuonvriendelijker.

“Dit is om te beginnen een probleem voor het mvo-beleid van organisaties met wagenparken,” zegt Wijbenga. “Een auto die nu nog binnen een bepaalde norm van het beleid valt, gaat daar straks overheen.” Bovendien heeft de hogere CO2-waarde gevolgen voor de hoogte van de BPM en daarmee de kostprijs van de auto. Wijbenga stelt: “Dat is niet alleen een probleem voor de werkgever, maar ook voor de werknemer met een zakenauto. Die vindt de hogere prijs namelijk terug in zijn fiscale bijtelling.”

In het volledige interview op vanameyde.com geeft Erik Wijbenga inzicht in de omrekenmethode ‘NEDC 2.0’ die per 1 september 2018 wordt toegepast om aan WLTP te voldoen. Ook adviseert hij werkgevers over mogelijke maatregelen.
Van Ameyde - Gwenny Nales
Geplaatst op 09-07-2018