Salvage gestart met pilot van half jaar met asbest

Stichting Salvage is vandaag gestart met een pilot voor hulpverlening bij branden waarbij asbest is vrijgekomen en verspreid. Stichting Salvage stroomlijnt hierbij de aanpak, hetgeen inhoudt: de inventarisatie van de verontreiniging, de opruiming en de informatievoorziening.

Wanneer bij een brand asbest is vrijgekomen, moet er zo snel mogelijk een bedrijf worden ingeschakeld voor de inventarisatie van het verontreinigde gebied. Vervolgens zal door de betrokken partijen een plan van aanpak worden gemaakt met als doel de verontreiniging snel en efficiënt op te ruimen. De Salvagecoördinator is daarin tijdens de pilot de aanjager. De daadwerkelijke aanpak zal per situatie verschillen. Zo kan de eigenaar als eerstverantwoordelijke zelf voor het opruimen van de verontreiniging zorgen. Gebeurt dit niet, dan kan de gemeente de eigenaar, door middel van een last onder bestuursdwang (LOB), veelal verplichten de asbest te laten opruimen. De omgevingsdiensten spelen hierin een belangrijke rol. Tijdens de pilot heeft de Salvagecoördinator binnen zijn mandaat ook zelf de mogelijkheid om de nodige acties uit te zetten. In alle gevallen kan Stichting Salvage indien gewenst  de eigenaar, de betrokken gemeente en de omgevingsdienst bijstaan met praktische adviezen. Door goede contacten met de betrokken verzekeraars kan er ook met deze partijen snel worden geschakeld.

Drie tot vijf branden per week 
Stichting Salvage treedt op bij gemiddeld honderd branden per week. Daarvan is bij drie tot vijf branden sprake van de aanwezigheid van asbest. Nogal eens leverde dit ongewenste situaties op, in die zin dat de opruiming laat tot stand kwam, het risico van blootstelling aan asbest daardoor extra groot was, men terughoudend was voor wat betreft de opruimactie, omwonenden niet of niet tijdig werden geïnformeerd en betrokken partijen in juridische zin telkens opnieuw het wiel moesten uitvinden. Uiteindelijk kwam het altijd wel in orde, maar vaak liep het traject niet soepel. De pilot is ervoor bedoeld om na te gaan of genoemde moeilijkheden met name door een goede samenwerking kunnen worden voorkomen. Stichting Salvage zal daarbij gedurende de pilot partijen bijstaan (en daar waar nodig zelf initiatieven nemen) ten aanzien van de inventarisatie van de verontreiniging, de schoonmaak, en de informatievoorziening. De organisatie van Stichting Salvage is erop ingericht gemeenten en verzekeraars nauwgezet op de hoogte te houden van de ondernomen activiteiten.

Voorbereidingen
Het plan voor de pilot is tot stand gekomen in overleg met (de koepelorganisaties van) verzekeraars, gemeenten, veiligheidsregio’s (brandweer) en omgevingsdiensten. Nadat het plan door het Verbond van Verzekeraars was goedgekeurd, kon Stichting Salvage een en ander gaan voorbereiden. Alle betrokken partijen zijn geïnformeerd en nagegaan is welke bedrijven de verontreiniging kunnen inventariseren, de schoonmaak op zich kunnen nemen en het desbetreffende gebied weer vrij kunnen geven. Deze bedrijven zijn beschikbaar in de app van de Salvagecoördinatoren, die ter plaatse contact met deze bedrijven kunnen opnemen. De coördinatoren zijn uiteraard goed over de aanpak in de pilot voorgelicht. Tot slot is het systeem van Stichting Salvage erop ingericht om vooraf, tijdens en na afloop van de pilot tijd- en kostenmetingen te verrichten.

Samen doorpakken!
Het motto van de pilot is ‘Samen doorpakken!’. Het gaat erom dat alle betrokken partijen in deze publiekprivate samenwerking de handen overtuigd ineenslaan. Zonder een intensieve gezamenlijke inzet is de aanpak gedoemd te mislukken. Stichting Salvage zet zich in ieder geval  in om van de pilot een succes te maken. De pilot duurt een halfjaar, dus tot medio december. Daarna volgt de eindevaluatie. 
Jan Schrijver; bron gegevens en foto Stichting Salvage
Geplaatst op 18-06-2018