Kifid: autoverzekering onterecht beëindigd

Een consument heeft zich bij Kifid beklaagd over de door InShared beëindigde autoverzekering. De consument vindt dat de verzekering ten onrechte door de verzekeraar eenzijdig is beëindigd en wil dat de verzekering wordt hersteld.

De Geschillencommissie van Kifid oordeelt dat ervan uitgegaan moet worden dat de verzekeraar de verzekering onvoorwaardelijk heeft geaccepteerd. Omdat er geen situatie was van voorlopige dekking, mocht de verzekeraar de verzekering niet eenzijdig beëindigen vanwege een negatief aantal schadevrije jaren. De verzekeraar moet de autoverzekering met terugwerkende kracht herstellen. Wel mag de verzekeraar de premie aanpassen aan de premie behorend bij twee schadevrije jaren.

De consument sluit eind november 2016 een autoverzekering af waarbij hij vier schadevrije jaren heeft opgegeven. Hij ontvangt van de verzekeraar een groene kaart met ingangsdatum 1 januari 2017. Als gevolg van een aanrijding met de auto in december 2016 zakt het aantal schadevrije jaren van consument naar -2.  De verzekeraar beëindigt de autoverzekering in februari 2017 met verwijzing naar de Voorwaarden Autoverzekering. Hierin staat dat de verzekeraar de verzekering kan weigeren, wanneer het aantal schadevrije jaren minder is dan nul. De verzekeraar staat op het standpunt dat het in deze klacht niet gaat om een gewone beëindiging van de verzekering, maar om het weigeren van een verzekeringsaanvraag. De verzekeraar stelt dat bij de acceptatie van de verzekering een voorbehoud is gemaakt voor wat betreft het aantal schadevrije jaren.
 
Geen voorlopige dekking, dan geen weigering
In de verzekeringspraktijk wordt vaak gebruik gemaakt van het geven van een voorlopige dekking. Dit is dan uitdrukkelijk vermeld na de aanvraag van de verzekering. Alleen een vermelding in de Voorwaarden is onvoldoende naar het oordeel van de Geschillencommissie. Op basis van de door de verzekeraar gegeven informatie mocht de consument ervan uitgaan dat de verzekering onvoorwaardelijk was geaccepteerd door de verzekeraar. Dat van een voorlopige dekking sprake zou zijn, heeft de Geschillencommissie niet vast kunnen stellen.  Alleen wanneer sprake is van een voorlopige dekking, kan de verzekering alsnog worden geweigerd op grond van de door verzekeraar aangehaalde voorwaarde. De Geschillencommissie concludeert dat de verzekeraar ten onrechte de autoverzekering van deze consument heeft beëindigd. De onvoorwaardelijk geaccepteerde verzekeringsovereenkomst biedt geen grond om de verzekering te beëindigen vanwege een negatief aantal schadevrije jaren.
 
Verzekering herstellen, premie aanpassen
De Geschillencommissie laat in haar uitspraak in het midden of de redenering van de consument de enig mogelijke redenering is. Wanneer meerdere lezingen mogelijk zijn, krijgt de voor de consument gunstigste lezing voorrang. De Geschillencommissie is van oordeel dat de lezing van de consument een redelijke lezing is. De verzekeraar moet de autoverzekering met terugwerkende kracht herstellen. Daarbij mag zij de premie aanpassen aan de premie die hoort bij minus -2 schadevrije jaren, omdat is gebleken dat dat de werkelijke schadevrije jaren waren van consument.
 
De uitspraak (GC 2018-239) in deze klacht van een consument tegen verzekeraar InShared is bindend.
Voor de volledige uitspraak: https://www.kifid.nl/fileupload/jurisprudentie/GeschillenCommissie/2018/uitspraak_2018-239__3_.pdf

 
Margret Wallaard - bron Kifid
Geplaatst op 03-05-2018