Noodzaak tot samenwerken om afvalverwerkers verzekerbaar te houden

De directeur van Nijssen Recycling, Gerard Nijssen (tweede van rechts op de foto), gaf zijn veertig gasten van de Amsterdamse Beurs Brand Sociëteit maandagmiddag een rondleiding in zijn bedrijf in Nieuw Vennep. Dat deed hij na een paneldiscussie over het thema 'recycling en de verzekeringsmarkt'.

Onder leiding van Gerard Suijkerbuijk werd een discussie gehouden met een panel waarin naast gastheer Nijssen, die tevens voorzitter is van de Federatie Nederlandse Oudpapier Industrie (FNOI), zitting hadden Dick Hoogendoorn (directeur Vereniging Afvalbedrijven en directeur Zavin), Jurjen Burghgraef (Burghgraef van Tiel & Partners) en Willem-Jan Beekenkamp (commercieel manager Allianz Nederland). 

Het bouwen volgens het bouwbesluit of gelijkwaardigheidsnormen (NEN 6060 en de NEN 6079) kan leiden tot onverzekerbare risico's in deze branche, was een stelling die Jurjen Burghgraef inbracht. Als er op andere manier wél 'onbrandbaar bouwen' mogelijk is, is dat dan geen goed idee voor de afvalbranche, was een vraag uit de zaal. Dick Hoogendoorn gaf aan het idee van 'onbrandbaar bouwen' te absoluut te vinden. Ook zit er een kostenaspect aan om naar 'onbrandbaar bouwen' te streven. Hij benadrukte ook dat je heel veel kunt doen op het gebied van technische voorzieningen en preventief, maar dat voor de bedrijven in deze sector het risico niet tot nul is terug te brengen. Als bedrijven in deze branche zitten we echt niet te wachten op een brand, maar we weten gewoon dat er af en toe branden zullen zijn in deze branche, in de zomer zullen er ongetwijfeld weer branden zijn.

Hoogendoorns stelling: organisatorische maatregelen op het gebied van brandpreventie zijn belangrijker dan technische maatregelen zoals bijvoorbeeld sprinklers en brandmeldinstallaties. "Een voorbeeld: in het weekend moet de werkvloer leeg zijn, dat weten medewerkers en management. Aan het eind van de vrijdag komt er die goede klant met een vrachtwagen afval, die goede klant wil je niet teleurstellen, dat begrijp ik, maar als je die lading accepteert, neem dan bijvoorbeeld ook aanvullende maatregelen voor dat weekeinde voor extra controles." Hoogendoorn gaf aan dat in aanloop naar de zomer in de maanden mei en juni de hoeveelheden restafval die in afwachting van verwerking zijn bij de afvalbedrijven weer zullen oplopen. Goed management binnen de afvalbedrijven heeft ook te maken met acceptatie van afval. Matrassen zijn een voorbeeld van problematisch afval. Ook een kritische houding ten opzichte van afval waarin lithium batterijen in al hun verschijningsvormen verwerkt zijn, behoeft aandacht. 

Willem-Jan Beekenkamp noemde het opmerkelijk dat de co-assurantie-markt, die er toch is om de zwaardere risico's te kunnen verzekeren, moeite heeft om de 'waste & recycling' risico's te verzekeren. Verzekerde bedragen voor afvalbedrijven boven de 14 miljoen euro c.q. verzekeringen met een mpl (maximum possible loss) boven de 14 miljoen euro zijn daardoor veelal niet meer voor 100% te verzekeren. Duurzaam ondernemen is iets dat hoog in het vaandel staat en daartoe is het belangrijk dat materialen op een goede manier kunnen worden gerecycled. Maar raar dat we er dan zo'n moeite mee hebben om de bedrijven die we daarvoor nodig hebben adequaat te verzekeren. Een vraag uit de zaal was, waarom verzekeraars hier dan zo passief in acteren? Waarom niet, bijvoorbeeld net als ten aanzien van de horeca, hardere eisen stellen?

Beekenkamp antwoordde dat in deze problematiek sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid, uiteraard van verzekeraars en de afvalbedrijven, maar ook van de banken en de overheid. Inderdaad zijn er verzekeraars die zich terugtrekken in de tekening van afvalbedrijven, maar ook zijn er verzekeraars die hierin nog nooit hebben getekend. "Een rol van verzekeraars is toch om de economie aan de gang te houden. Ik werk zelf bij een verzekeraar, die veel doet in deze branche en dat wil blijven doen. We werken daartoe voor deze branche met protocollen."

De papierafvalverwerking was jaren geleden zeer moeilijk verzekerbaar, maar heeft via Aon nu goede toegang tot dekking. Leider op deze cover is Allianz, met daarop nog 10 andere verzekeraars die meetekenen. De premie is 3 promille (met sprinkler), 9 promille (zonder buitenopslag) of 11 promille (met ook buitenopslag). 50 van de circa 80 FNOI-leden zijn verzekerd via deze cover. Dat zo'n cover via één makelaar loopt, is uiteraard prima voor die makelaar, maar -  zo werd uit de zaal naar voren gebracht - voor de rest van het intermediair wordt zo een blokkade in de markt ervaren.

Het zou, zo werd opgemerkt, dus beter zijn als het mogelijk zou zijn door middel van een platformfunctie van Verbond en of VNAB in samenwerking dekkingsfaciliteiten voor deze maatschappelijk relevante branche - dus ook voor de afvalbedrijven die zich toeleggen op ander afval dan papier - te creëren. Voor alle afvalbedrijven is er een taak weggelegd in het beter verzamelen, analyseren en presenteren van data over de afvalbranche. 

Samenwerking tussen verzekeraars en alle marktpartijen is nodig om de afvalbedrijven verzekerbaar te houden, was een breed gedragen conclusie die door Gerard Suijkerbuijk getrokken werd aan het einde van de paneldiscussie, waarbij aangetekend werd dat die samenwerking bemoeilijkt wordt door de aandacht ervoor van de mededingingsautoriteiten. Een rol kan er in dezen weggelegd zijn voor het Verbond van Verzekeraars en de VNAB.

 
Jan Schrijver
Geplaatst op 09-04-2018