Dekking AVP bij opzettelijke trap in kruis agent?

In 2012 schreef taaltrainer Peter Zuijdgeest in de Volkskrant dat Jip- en Janneketaal zich niet leent voor een slechtnieuwsbrief of een polis. De door hem aangehaalde brief ging om het afwijzen door Achmea Zorg van een aangepaste stoel voor een gehandicapte verzekerde. Hij heeft inmiddels ten aanzien van polisvoorwaarden 'gelijk gekregen' door een recent gewezen vonnis over een AVP-claim, toevalligerwijs ook in een procedure tegen Achmea.

door mr. Paul Soeteman   

Zuijdgeest voegde in zijn stuk toe dat BureauTaal, dat destijds taalniveau B1 als standaard voor begrijpelijk Nederlands propageerde, daarin doorschoot en dat Jip- en Janneketaal geschikt is voor huis-, tuin- en keukenavonturen met goede afloop, maar niet voor slechtnieuwsbrieven of uitgekiende polisvoorwaarden. 

Via het prima NIBESVV Triple A Permanent Actueel programma kreeg ik de AVP-zaak tegen Achmea onder ogen en met instemming van deze opleider (Dik van Velzen scheef deze tekst) citeer ik het volgende:

“De casus gaat over een aansprakelijkheidsverzekering particulier (AVP). Maar dat maakt eigenlijk niet uit. Wat mis ging, zou bij elke financiële overeenkomst mis kunnen gaan als een goed doordachte tekst teveel wordt gepopulariseerd. Bijna elke verzekering sluit ‘opzet’ uit. Maar bij aansprakelijkheidsverzekeringen is de opzet van de verzekerde soms niet gericht op de schade zelf. Zo zal degene die het om een of andere reden leuk vindt om een ander een klap in het gezicht te geven vaak niet de vooropgezette bedoeling hebben om diens kaak te breken. De klap is wel opzettelijk, maar dat gevolg niet. Dat gevolg wordt alleen voor lief genomen. Dit probleem doet zich ook voor bij bijvoorbeeld seksueel misbruik. De opzet van de dader is niet gericht op het lichamelijk en psychisch letsel van het slachtoffer. Dat interesseert, althans weerhoudt hem of haar niet. Om die reden is de opzetuitsluiting in aansprakelijkheidsverzekeringen doorgaans gericht op de opzettelijkheid van de onrechtmatige gedraging en niet op de vraag of de dader het gevolg ook gewenst had. Over de vraag hoe je dat het beste kunt formuleren (juridisch waterdicht en toch nog heel begrijpelijk), is goed nagedacht. Maar ‘heel begrijpelijk’ is niet per se ‘Jip en Janneke’. In deze casus ging het om een dronken man die bij zijn aanhouding een politieagent in zijn kruis getrapt had. Met ernstig letsel (blijvend verlies teelbal) tot gevolg. De dader had een AVP en de vraag was of die dekking gaf voor deze opzetschade. De verzekeraar had de heel begrijpelijke waterdichte formulering namelijk ‘verjip-en-janneket’. Er stond: ‘Veroorzaakt u de schade met opzet? Dan betalen we niet voor de schade.’

Daarna stonden wel enkele voorbeelden, maar die voorbeelden maakten niet duidelijk dat dekking altijd zou ontbreken als de opzet op de gedraging zelf was gericht. De rechtbank maakte korte metten met het standpunt van de verzekeraar en oordeelde dat deze aansprakelijkheid onder de AVP was gedekt.”

De vindplaats van deze uitspraak van de rechtbank Midden- Nederland van 14-10-2015, maar gepubliceerd op 28-11-2017, is:  ECLI:NL:RBMNE:2015:7321

Ik voeg hier graag het volgende aan toe:
Het is uiteraard te prijzen als polisteksten zo duidelijk mogelijk worden geformuleerd en dat  ouderwetse woorden zoals “schadepenningen” of “prejudiciëren” zoveel mogelijk worden vermeden. Maar dat neemt niet weg dat het verstandig is polisteksten, het gaat immers om een contract, dus een  juridisch document, door deskundigen op dat gebied te laten schrijven. Dat hoeven niet per se juristen te zijn maar wel mensen uit het “vak” waarbij een toetsing door verzekeringsjuristen om onaangename verrassingen voor de partijen te voorkomen aan te bevelen is. Kennelijk is destijds op initiatief van onder meer het Verbond van Verzekeraars besloten dat taalniveau B1 de nieuwe standaard voor polisteksten zou moeten worden. Ik ontving ook enige tijd geleden mijn pakket aan privéverzekeringspolissen op wat ik noemde ”verkleuterde” polisvoorwaarden, waarbij ik ook dezelfde formulering aantrof in mijn AVP-polis als door de rechter in bovenvermelde zaak werd afgestraft. Ik ga u niet vermoeien met de andere polisvoorwaarden behalve dan dat “spullen” het nieuwe begrip voor inboedel lijkt te zijn en dat deze ook gedekt zijn  als deze “op uw balkon, in uw tuin” etc.  staan.  Dus als ze hangen of liggen vermoedelijk niet… Ik voel me overigens ook enigszins geschoffeerd door het niveau van de polisteksten die mij werden aangeboden.

Kennelijk is er een tekstschrijver geweest, die niet gehinderd door al te veel verzekeringskennis, een set modelpolisvoorwaarden heeft geschreven die nu zo te zien breed door verzekeraars worden gehanteerd. Het lijkt er dus op  dat er sprake is van enig afgestemd marktgedrag bij de leden van het Verbond van Verzekeraars met betrekking tot de te hanteren polisvoorwaarden. Modelpolissen mogen van de ACM mits - onder meer - men ervan af kan wijken. Of dat laatste in de praktijk gebeurt, valt nog niet te overzien.

Wat bij dit alles ook de vraag is, is hoe men hierbij het PARP-proces (Product Approval and Review Process) - zie art 32 BGfo - heeft gemeend te moeten toepassen. Immers een van de kenmerken daarvan is het afstemmen van polisvoorwaarden op de te verzekeren “doelgroep”. Als de doelgroep het leesniveau B1 verondersteld wordt te hebben, lijkt het mij dat grote delen van die doelgroep zich beledigd zouden kunnen voelen. Wellicht anticipeerde men al  op de verwachting, die recentelijk in de media verscheen, dat door het intensief gebruik door met name de jeugd van mobieltjes en beeldschermen de leesvaardigheid zal afnemen. Als dat zo is, zou men nu reeds moeten overgaan tot het geheel in beeldtaal (icoontjes en emoji’s/emoticons) herschrijven van de polisvoorwaarden, want ”wie de jeugd heeft, heeft de toekomst”.

Maar wat ook bij dit alles vermeld dient te worden, is het feit dat in vele andere branches, ook in de politiek en bij de wetgever het  B1-niveau niet is doorgedrongen en naar ik verwacht niet snel zal doordringen. Ik zou wel eens een notariële akte, een bestek van een aannemer, een wetstekst, een rechtbankvonnis - dat alles kan toch ook betrekking hebben op laaggeletterden? - of een regeerakkoord op B1-taalniveau geschreven willen zien. Wat het laatste betreft: wel is recentelijk voor groep 8 van het basisonderwijs een voor dat niveau begrijpelijke uitleg geschreven. Prima wat mij betreft! 

Dus waarom hanteren verzekeraars niet de vertrouwde ”oude” polisvoorwaarden met de veel overzichtelijker structuur van wat wel en wat niet gedekt is en met niet te vergeten duidelijke definities, wat deze ook veel leesbaarder maakt. Waar dat gewenst is met aanpassingen om de leesbaarheid verder te vergroten zoals het vermijden van ouderwetse woorden – waaronder juridische termen niet vallen. Het schrijven van een toelichting op het gewenste taalniveau van de doelgroep - maar die kan vaak zeer divers zijn - is daarbij te overwegen, met uiteraard de vermelding dat de polistekst bepalend is. Dan voldoen ze ook weer aan de eisen van het PARP-proces wat naar mijn mening nu niet duidelijk het geval is. Daarbij kan aansluiting bij de jurisprudentie gewaarborgd blijven en kunnen verrassingen, zoals hierboven vermeld, voorkomen worden.

Ik sluit af met het herhalen van wat eerder werd aangegeven: een polis is een juridisch document en dient als zodanig behandeld te blijven worden. 


U kunt de integrale tekst lezen in SCHADE magazine 2018, nummer 1, pagina's 26 en 27.
Auteur mr Paul Soeteman (www.soetemanriskconsultancy.nl); foto Jip en Jannekestandbeeld op de Waalkade te Zaltbommel, bron Wikipedia, standbeeld door Ton Koops, foto door Arch (Creative Commons CCO 1.0 Universele Public Domain Dedication)
Geplaatst op 28-02-2018