NAM verliest beroep; aanspraak op schade waardevermindering voordat huis is verkocht

Woningeigenaren kunnen ook aanspraak maken op vergoeding van schade door waardevermindering als zij hun bezit nog niet hebben verkocht. Dat bepaalde het gerechtshof in een hoger beroep dat was aangespannen door de NAM inzake een geschil met de stichting Waardevermindering door Aardbevingen Groningen (stichting WAG).

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (foto van interieur vestiging Leeuwarden) heeft op 23 januari 2018 uitspraak gedaan in het hoger beroep dat de NAM heeft ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 2 september 2015 in het geschil tussen aan de ene zijde NAM en aan de andere zijde stichting Waardevermindering door Aardbevingen Groningen (stichting WAG) en een aantal woningcorporaties. Volgens het vonnis van de rechtbank in 2015 is abstracte begroting van schade vanwege de waardevermindering door de gaswinning mogelijk. Dat betekent dat woningeigenaren ook aanspraak kunnen maken op vergoeding van deze waardeverminderingsschade als zij hun woningen (nog) niet hebben verkocht en als nog geen sprake is van fysieke schade aan die woningen.

Net als de rechtbank vindt het hof dat abstracte begroting mogelijk is van de schade door waardevermindering van een woning. Ook volgens het hof kunnen woningeigenaren die hun woning (nog) niet hebben verkocht dus aanspraak maken op vergoeding van schade door waardevermindering vanwege de gaswinning.

"In deze procedure staat de vraag centraal of particuliere woningeigenaren en corporaties aanspraak kunnen maken op schadevergoeding vanwege de waardevermindering van hun woningen ten gevolge van de gaswinning ook wanneer de woning niet wordt verkocht. Het hof beantwoordt deze vraag, net als de rechtbank, bevestigend. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat abstracte schadebegroting toelaatbaar is wanneer dat redelijk en doelmatig is. Gezien de schade-oorzaak en de in Nederland levende rechtsovertuigingen is er reden om in dit geval geen hoge eisen te stellen aan de toelaatbaarheid van abstracte schadebegroting. Voldoende is dat de schade een voldoende structureel karakter heeft, begroting van de schade mogelijk is en niet op onoverkomelijke bezwaren stuit vanuit het oogpunt van doelmatigheid en dat de woningeigenaren belang hebben bij abstracte schadebegroting. Aan die vereisten is voldaan", aldus luidt de samenvatting van de inhoud van de uitspraak die vandaag is gepubliceerd. 

In de uitspraak wordt door het hof nader opgemerkt dat abstracte begroting, zoals het hof heeft vastgesteld, valt binnen besproken arresten van de Hoge Raad. Binnen dat gebied is doorslaggevend of abstracte schadebegroting redelijk en doelmatig is. De schade-oorzaak in deze zaak levert geen grond op om in dit geval hoge eisen te stellen aan de toelaatbaarheid van abstracte schadebegroting. Daar komt nog bij dat ook uit de in Nederland levende rechtsovertuigingen (vgl. art. 3:12 BW) volgt dat in dit geval geen al te hoge eisen moeten worden gesteld aan de toelaatbaarheid van abstracte schadebegroting. Het hof verwijst in dit verband naar de nadruk die in het regeerakkoord wordt gelegd op een adequate en onafhankelijke afhandeling van alle schade en op de aanbeveling van de mensenrechtencommissie van de VN om te voorzien in “proper compensation”. Geheel ten overvloede wijst het hof nog op een recent advies over - kort gezegd - de wijze van schade-afwikkeling dat op verzoek van de NCG is uitgebracht door prof. mr. W.D.H. Asser, mr. dr. J.E. van de Bunt en prof. mr. A. Hammerstein (de commissie Hammerstein). In dat advies, waar van de zijde van de corporaties bij pleidooi op is gewezen, hanteert de commissie Hammerstein het volgende uitgangspunt (blz. 6):
'De Staat der Nederlanden en zijn inwoners hebben in de afgelopen decennia veel profijt gehad van de winning van gas in de provincie Groningen. De inwoners van deze provincie hebben daarvan óók en in toenemende mate hinder en schade ondervonden. Zij hadden en hebben reeds op grond van de aard van de aansprakelijkheid voor de schade recht op een fatsoenlijke en ruimhartige afwikkeling van deze schade en op een volledige vergoeding van de werkelijk geleden schade.'
De leidraad is steeds die van een ruimhartige benadering."

Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat stichting WAG geen collectieve actie kan instellen. De statuten van stichting WAG bieden daarvoor onvoldoende ruimte. Wel kan stichting WAG volgens het hof in deze procedure optreden als lasthebber/gevolmachtigde van de deelnemers, die zij ten tijde van het vonnis van de rechtbank had. Voor zover stichting WAG in deze procedure als lasthebber/gevolmachtigde van deze deelnemers is opgetreden, zijn haar vorderingen toewijsbaar. 

De uitspraak vindt u hier.

In de aardbevingsgebieden in Groningen zijn 92.000 huizen sinds 2012 gemiddeld 2,2 procent minder waard geworden door imagoschade volgens 'Atlas voor Gemeenten'. De schade is het grootst in Loppersum, waar de huizen door imagoschade gemiddeld zo'n 8 procent minder waard zijn geworden. Ook in Appingedam, Bedum en Ten Boer is aanzienlijke imagoschade. In een deel van de stad Groningen ligt de imagoschade tussen 0,9 procent en 2,9 procent.
Jan Schrijver; bron gegevens Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zaaknummers 200.183.396/01 en 200.183.398/01, NOS
Geplaatst op 23-01-2018