Dronken fietser rijdt in gat opgebroken trambaan; gemeente aansprakelijk?

Een dronken fietser rijdt in de vroegste uren van de zondag in de gemeente Rijswijk een opgebroken trambaan op en komt ten val. Daarbij loopt hij zeer ernstig hersenletsel op. De fietser, een buitenlandse man die niet verzekerd is voor de medische kosten, stelt de gemeente aansprakelijk. Bij de beoordeling door de rechtbank wordt onder meer het Kelderluik-arrest betrokken.

In de vroege ochtend van zondag 19 juli 2015, omstreeks 01.40 uur, heeft zich een eenzijdig ongeval voorgedaan op de Haagweg, gelegen in de gemeente Rijswijk, ter hoogte van de kruising met de Jan van der Heijdenstraat, gelegen in de gemeente Den Haag. Eiser is als slachtoffer betrokken. Op de afbeelding, afkomstig van Google maps, zijn de desbetreffende kruising en de omliggende wegen weergegeven. Eiser is ten val gekomen met zijn fiets op de genoemde kruising en ernstig gewond geraakt. In het proces-verbaal van de politie is vermeld: “Ter plaatse troffen wij behulpzame burgers en de gewonde man. De man was niet aanspreekbaar, hij bewoog zijn lichaam nog wel en reageerde op aanspreken alleen door met zijn armen te zwaaien, het leek alsof hij wilde opstaan maar dat dit niet lukte. De wond aan de linkerzijde van zijn voorhoofd was ongeveer 10 cm lang, het was een diepe wond waarbij dik bloed en af en toe een stuk wat leek op hersenen zichtbaar was. De man lag tussen de aldaar gelegen trambaan. Er wordt op dit stuk van de Rijswijkseweg momenteel gewerkt aan de weg, hierdoor zou het asfalt rondom de trambaan zijn uitgegraven. Hierdoor is een soort van gat ontstaan van circa 20 cm diep, alleen de tram kan nog over de rails rijden. Het slachtoffer is met zijn fiets op hogere snelheid van het asfalt het gat tussen de rails in zijn gereden. Hierbij zou hij ten val zijn gekomen en waarschijnlijk is hij over zijn stuur heen gelanceerd en hierbij met zijn hoofd tegen het uitgehakte deel van het asfalt aan gekomen.”

Medische behandeling
Het Medisch Centrum Haaglanden (MCH) heeft eiser na het ongeval opgenomen met onder meer een hersentrauma, herniatie van hersenweefsel (naar buiten verplaatst) en schedel- en aangezichtsfracturen. Tot 6 augustus 2015 is hij opgenomen geweest op de intensive care. Nadien, tot 5 september 2015, is hij overgeplaatst naar de afdeling neurochirurgie en vervolgens ontslagen uit het ziekenhuis. Daarna heeft hij verbleven in een revalidatiecentrum en diverse klinieken. Eiser beschikt niet over een ziektekostenverzekering die de medische kosten in verband met zijn medische behandelingen in Nederland dekt. Het MCH heeft facturen in rekening gebracht ten bedrage van in totaal € 88.934,53 die onbetaald zijn gebleven.

Fietser achtervolgd
Met betrekking tot de fietsroute van eiser en hetgeen voor het ongeval is gebeurd, heeft de politie in het proces-verbaal genoteerd: “Er was een getuige die had gezien dat het slachtoffer mogelijk werd achtervolgd door een man in een wit shirt. Deze zou hebben gezien dat het slachtoffer ten val kwam en vervolgens zou hij de andere kant op zijn gerend. Vermoedelijk heeft het een en ander zich afgespeeld bij café X. Het slachtoffer fietste vanuit deze richting in de richting van de Rijswijkseweg.” 

Afzettingen wegwerkzaamheden
Ten tijde van het ongeval werd in opdracht van de Gemeente een reconstructie van de Haagweg uitgevoerd. In verband met die reconstructie was op 19 juli 2015 een gedeelte van de trambanen van de Haagweg opengebroken. De Gemeente heeft in verband met de reconstructie van de Haagweg op en rondom de kruising en omliggende wegen verkeersborden geplaatst met het oog op de omleiding van fietsers (en auto’s), alsmede hekken en plastic rood en wit gekleurde blokken als afzetting geplaatst. Kort na het ongeval heeft de politie foto’s en een omstander een filmpje gemaakt, waaruit de situatie ter plaatse ten tijde van het ongeval blijkt. De foto’s en het filmpje behoren tot de gedingstukken. Daarin is o.m. te zien: Naast de blokken is een rood-witte zuil met een rood-wit “gesloten in beide richtingen”-verkeersbord geplaatst. Op het filmpje is tevens zichtbaar dat de trambanen gelegen tussen de Haagweg en de Rijswijkseweg niet zijn afgezet; de doorgang is vrij. Op het filmpje is daarnaast zichtbaar dat zich op een van de twee rood-witte hekken ter afsluiting van het fietspad van de Haagweg (tevens) een geel bord bevindt met een pijl naar rechts ter omleiding van fietsers.

Aansprakelijkstelling van Gemeente
Bij brief van 7 augustus 2015 heeft de gevallen fietser de Gemeente aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van het ongeval. De Gemeente heeft bij brief van 4 februari 2016 aansprakelijkheid van de hand gewezen. Eiser vordert samengevat – veroordeling van de Gemeente Rijswijk tot betaling van € 488.876,53 aan schade, vermeerderd met wettelijke rente, alsmede
€ 4.286,33 aan buitengerechtelijke kosten en de Gemeente te veroordelen in de proceskosten, waaronder begrepen de nakosten.

Eiser grondt zijn vorderingen op artikel 6:174 BW (regelt de gevallen waarin de bezitter van een opstal aansprakelijk gesteld kan worden voor schade ontstaan door een gebrek aan de betreffende opstal), althans op artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad). De Gemeente is, aldus eiser, tekortgeschoten in de maatregelen die zij op de kruising heeft getroffen ter voorkoming van ongevallen. Hij beroept zich op de zogenoemde Kelderluikcriteria, de Gemeente heeft onrechtmatig gevaarzettend gehandeld. Er waren voor het fietsverkeer op de Jan van der Heidenstraat te weinig waarschuwingsborden voor de opengebroken trambanen en de afzettingen waren onvoldoende. Bovendien was het nacht, zodat de kans dat iemand alleen het kruispunt oversteekt groter is. Hiermee had de Gemeente rekening moeten houden. De precieze toedracht van het ongeval en toestand waarin eiser verkeerde en de snelheid van fietsen zijn niet van doorslaggevend belang voor de aansprakelijkheid van de Gemeente. Eiser beroept zich op de omkeringsregel. Eiser heeft schade geleden bestaande uit hier in Nederland gemaakte ziekenhuiskosten, reiskosten van de ouders van eiser in het kader van zijn genezing en herstel, verlies van inkomsten en verdienvermogen, en buitengerechtelijke kosten. De Gemeente Rijswijk voert verweer.

Rechtbank laat huidige medische situatie in het midden
De rechtbank stelt voorop dat zij niet kan vaststellen welke medische behandelingen eiser na zijn ontslag uit het MCH heeft ondergaan, noch wat zijn medische toestand op dit moment is. Dit alleen al omdat de medische stukken die uit zijn land van herkomst afkomstig zijn en die eiser heeft overgelegd in de taal van het land zijn gesteld en eiser deze, althans in dit stadium van de procedure, niet heeft laten vertalen. Naar de mededeling van de advocaat van eiser, waarvan de Gemeente de juistheid niet heeft kunnen verifiëren, is de toestand van eiser sinds zijn terugkeer naar zijn land van herkomst verslechterd en ligt hij, zwaar vermagerd, in bed en aan de beademing. De rechtbank laat bij haar beoordeling van de vorderingen van eiser de huidige medische toestand van eiser vooralsnog in het midden. Zij zal hierna eerst beoordelen of de Gemeente aansprakelijk is en, gelet op het beroep van de Gemeente op eigen schuld van de eiser, of en in welke mate een eventuele schadevergoedingsverplichting van de Gemeente moet worden verminderd met omstandigheden die eiser kunnen worden toegerekend.

Jurisprudentie
Aan de orde is of de Gemeente als wegbeheerder aansprakelijk is jegens eiser voor de (materiële) schade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van het ongeval op 19 juli 2015. Op de wegbeheerder rust de plicht ervoor te zorgen dat de toestand van de weg de veiligheid van personen en zaken niet in gevaar brengt (vgl. onder meer het nog onder het oude recht gewezen HR 20 maart 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0549, NJ 1993/547 Bussluis). Deze verplichting is in artikel 6:174 leden 1 en 2 BW verwoord als een risicoaansprakelijkheid. Deze aansprakelijkheid dient te worden beoordeeld aan de hand van de maatstaven die zijn ontwikkeld in HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6236, NJ 2012/155 (Wilnis), r.o. 4.4.3 (vgl. HR 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:831, NJ 2014/368 (Reaal/Deventer)). Bij het antwoord op de vraag of de weg voldoet aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld, en dus niet gebrekkig is, komt het derhalve aan op de – naar objectieve maatstaven te beantwoorden – vraag of deze, gelet op het te verwachten gebruik of de bestemming daarvan, met het oog op voorkoming van gevaar voor personen en zaken deugdelijk is, waarbij ook van belang is hoe groot de kans op verwezenlijking van het gevaar is en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijk en redelijkerwijs te vergen zijn (het arrest Wilnis, r.o. 4.4.4). Deze maatstaven komen overeen met de zogenoemde ‘Kelderluikcriteria’ (HR 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079, NJ 1966/136 (Kelderluik) en HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:47, NJ 2013/366 (Martina/Curaçao)). De aansprakelijkheid van de wegbeheerder op grond van artikel 6:174 BW betreft (de toestand van) de openbare weg, waaronder ingevolge artikel 6:174 lid 6 BW mede zijn te verstaan het weglichaam en de weguitrusting.

Toedracht
De rechtbank stelt voorop dat de precieze toedracht van het ongeval niet vaststaat. Het proces-verbaal van politie is uiterst summier en biedt onvoldoende aanknopingspunten voor het als vaststaand aannemen van de precieze toedracht. Vaststaat slechts dat eiser reed op een fiets en vanuit de richting van de Jan van der Heidenstraat kwam. De rechtbank neemt, gelet op het proces-verbaal van politie en de plek waar de ambulancemedewerkers eiser blijkens de foto’s hebben verzorgd, ook als vaststaand tot uitgangspunt dat eiser in de opengebroken tramsporen die lopen over de fietsoversteekplaats is gevallen. Er zijn, anders dan de Gemeente heeft betoogd, geen aanknopingspunten dat zij of de politie hem na zijn val hebben verplaatst. Gezien de ernst van de verwondingen en de toestand waarin eiser verkeerde, acht de rechtbank verplaatsing ook niet aannemelijk. Onweersproken is dat het fietsverkeer niet was toegestaan de kruising over te steken, noch via de fietsersoversteekplaats, noch via de autorijbanen afkomstig van de Jan van der Heidenstraat en dat het fietsverkeer afkomstig van de Jan van der Heidenstraat werd omgeleid via de Paets van Troostwijkstraat. Onweersproken is ook dat het voor geen enkel verkeer, behoudens tramverkeer, was toegestaan de Haagweg in de richting van Rijswijk in te rijden. Dat dit alles niet was toegestaan, blijkt overigens ook uit de bebording op de kruising.

Gemeente voldeed aan op haar rustende verplichting
De wegbeheerder dient onveilige verkeerssituaties deugdelijk te beveiligen, bijvoorbeeld door te waarschuwen. De Gemeente heeft aan de op haar rustende verplichting voldaan door het fietsverkeer afkomstig van de Jan van der Heidenstraat om te leiden via de Paets van Troostwijkstraat. Bovendien heeft zij de fietsersoversteekplaats en het fietspad van de Haagweg (de afslag naar rechts) afgezet door middel van rood-witte blokken, respectievelijk een tweetal hekken. Niet gesteld of gebleken is dat de gehanteerde waarschuwingen en afzetting van de kruising voor fietsverkeer niet voldeden aan de daarvoor, gezien de werkzaamheden die werden uitgevoerd, geldende voorschriften.

Geen rekening te houden met bewuste roekeloosheid
De Gemeente heeft bij de beveiliging van het kruispunt tot op zekere hoogte rekening moeten houden met fietsers die de verkeersregels overtreden en die niet steeds de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid in acht nemen. Zij heeft echter geen rekening hoeven houden met een bewuste, grove overtreding van de verkeersregels, noch met roekeloosheid van fietsers. De rechtbank acht in dit verband het volgende van belang: Blijkens een foto is glashelder dat de doorgang van het fietspad vanaf de Jan van der Heidenstraat is versperd met rood-witte blokken. Voor iedere fietser, ongeacht diens mate van oplettendheid en voorzichtigheid, moet kenbaar zijn geweest dat het niet was toegestaan vanaf de Jan van der Heidenstraat de fietsersoversteekplaats op te rijden. De Gemeente hoefde geen rekening te houden met fietsers die, bewust in strijd met de verkeersregels, het fietspad verlaten om via de verkeersgeleider door het ‘gat’ de fietsersoversteekplaats te bereiken. Zij mocht er in ieder geval vanuit gaan dat dergelijke fietsers alsdan sterk vaart zouden moeten verminderen, althans zouden moeten afstappen, waarna de opengebroken trambanen bij het oprijden/opgaan van de fietsersoversteekplaats voor de desbetreffende fietser zichtbaar zouden zijn.

Het had wel beter gekund
In aanmerking genomen de omstandigheid dat de Haagweg/Rijswijkseweg en de Jan van der Heidenstraat, zoals de Gemeente ter comparitie heeft meegedeeld, centrale verkeersaders in Rijswijk zijn en op de kruising verschillende wegen samenkomen, die de kruising betrekkelijk onoverzichtelijk maken, roept een en ander de vraag op of aanvullende maatregelen op de kruising in verband met het gevaar van (fietsers)ongevallen vanwege de opengebroken trambanen, zoals een flexibele doorrijbeveiliging van de tram of verkeersregelaars gedurende de nacht, wenselijk waren geweest. De verkeerssituatie op de kruising oogt wat de rechtbank betreft niet zonder meer ongevaarlijk. Indien en voor zover de Gemeente de genoemde maatregelen had getroffen was, mogelijk, het ongeval van eiser voorkomen. De omstandigheid dat het ongeval van eiser, achteraf bezien, wellicht had kunnen worden voorkomen, is evenwel onvoldoende voor aansprakelijkheid van de Gemeente jegens eiser op grond van artikel 6:174 BW. Ook de enkele wenselijkheid van eventuele aanvullende maatregelen is daartoe onvoldoende.

Dronkenschap
Blijkens de medische informatie die eiser na de comparitie heeft overgelegd, heeft de SEH van het MCH, op 19 juli 2015 om 04.50 uur 2,2 promille Ethanol in het bloed van eiser gemeten. Hij is derhalve ten tijde van het ongeval zwaar onder invloed geweest van alcohol, nu zich vier keer de toegestane waarde van 0,5 promille in zijn bloed bevond. Daargelaten de snelheid waarmee hij heeft gefietst, die volgens het proces-verbaal van politie hoger is geweest aangezien hij voor iemand op de vlucht zou zijn geweest, rust op de Gemeente geen verplichting rechtens om bij de beveiliging van de kruising rekening te houden met fietsers die zodanig onder invloed zijn van alcohol als eiser ten tijde van het ongeval was. De rechtbank neemt aan dat de mate waarin eiser onder invloed was, zijn beoordelingsvermogen in het verkeer sterk heeft verminderd. Ook deze omstandigheid, in samenhang bezien met hetgeen hiervoor is overwogen, staat in de weg aan de conclusie dat de Gemeente bij de beveiliging van de kruising onrechtmatig gevaarzettend heeft gehandeld en dat de weguitrusting daarom niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen.

Vorderingen afgewezen
De Gemeente is gelet op het vorenstaande, in aanmerking genomen de zogenoemde ‘Kelderluikcriteria’, niet jegens eiser aansprakelijk op grond van artikel 6:174 BW. Hierop stuit ook de gestelde aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW af, nu deze op dezelfde feiten en stellingen berust. Aan bespreking van het beroep door de Gemeente op eigen schuld komt de rechtbank niet toe. De slotsom is dat de vorderingen van eiser zullen worden afgewezen. Eiser zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van de Gemeente.
Jan Schrijver; Rechtbank Den Haag, uitspraak 18-10-2017, publicatie 20-10-2017, Zaaknummer C-09-513676-HA ZA 16-771, ECLI:NL:RBDHA:2017:11804; Stichting PIV
Geplaatst op 01-11-2017