Mortierongeval: ernstig tekortschieten Defensie

In Mali kwamen bij een militaire missie door een ongeval met mortiergranaten op 6 juli 2016 twee militairen om. De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft een onderzoek ingesteld. Daarvan is gisteren het rapport uitgebracht, waarin de raad stelt dat Defensie tijdens de missie in Mali ernstig tekort is geschoten in de zorg voor de veiligheid van uitgezonden Nederlandse militairen.

Dit betrof zowel de veiligheid van de mortiergranaten als goede militaire gezondheidszorg. Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid op basis van het rapport ‘Mortierongeval Mali’ naar aanleiding van het ongeval op 6 juli 2016 waarbij twee militairen omkwamen en een derde militair ernstig gewond raakte. De Raad stelt dat het belang van munitieveiligheid en goede medische voorzieningen ondergeschikt is geraakt aan de voortgang van de missie in Mali.

Op 6 juli 2016 oefenden militairen van de Luchtmobiele Brigade met het afvuren van 60 mm-mortiergranaten. Tijdens de oefening explodeerde een van de granaten in de schietbuis. Hierbij kwamen de twee Nederlandse militairen die de mortier bedienden om het leven en raakte een derde militair zwaargewond. De oefening vond plaats nabij het VN-kamp in Kidal, Mali. Technisch onderzoek toont aan dat deze voortijdige detonatie is opgetreden terwijl de schokbuis zich in de ‘veilige’ stand bevond. Twee mechanismen hebben hierbij een rol gespeeld: het ontstaan van instabiele reactieproducten binnenin de granaat die bij lancering van de granaat tot denotatie zijn gekomen, en het doorslaan van de explosieketen tot en met de hoofdlading door een niet-functionerende sluitplaat. Dat deze mechanismen konden optreden maakt duidelijk dat het ontwerp van de granaat zwakke plekken kent. Het onderzoek heeft echter ook aangetoond dat de ongunstige opslag- en gebruikscondities in het inzetgebied, met hoge temperaturen en potentiële indringing van vocht, een negatief effect hebben gehad op de werking van de granaat.

De mortiergranaat die het ongeval veroorzaakte maakte deel uit van een lading munitie die is aangeschaft in 2006, toen een plotselinge en dringende behoefte ontstond aan een nieuwe voorraad 60 mm-mortiergranaten vanwege Nederlandse deelname aan de missie in Afghanistan. Vanwege het spoedeisende karakter van deze aankoop werd een bijzondere procedure gevolgd, de Foreign Military Sales (FMS), die er op neerkomt dat de selectie en verwerving van de munitie in handen wordt gelegd van het Amerikaanse leger. Bekend was echter dat de Amerikanen de granaten niet hadden getest. Desondanks tekende Nederland het koopcontract en deed daarmee feitelijk een aankoop in den blinde.

Uit het onderzoek is gebleken dat de munitie in Kidal was opgeslagen in een metalen zeecontainer die niet voldeed aan de door Defensie vastgelegde transport- en opslagcondities. Door het ontbreken van adequate zonwering en klimaatbeheersing werd de door de wapenfabrikant voorgeschreven maximumtemperatuur aanzienlijk en veelvuldig overschreden. Ook tijdens de fatale schietoefening werd de voorgeschreven temperatuurlimiet overschreden.

De Raad heeft tevens kritische kanttekeningen gemaakt bij het ziekenhuis in Togo dat geselecteerd was voor 'damage control' chirurgie. De beoordeling ervan was gedaan door "weinig ervaren artsen van Defensie. Hierdoor heeft het ontbroken aan een scherp zicht op de kwaliteit van de zorg". 

Reactie defensie
De minister van defensie Hennis heeft inmiddels gereageerd op het rapport. Opgemerkt wordt onder meer: "Direct na het ongeval zijn maatregelen genomen. Zo is het gebruik van het bewuste mortiertype en de drie typen 60mm granaten onmiddellijk gestaakt. Ook is de munitieopslag in Kidal aangepast. Defensie zal de OvV binnen de gestelde termijn van zes maanden, en zoveel sneller als mogelijk, een uitgebreide beleidsreactie aanbieden, waarbij nader wordt ingegaan op alle constateringen, conclusies en aanbevelingen evenals de genomen en nog te treffen maatregelen."
Jan Schrijver; bron foto: Onderzoeksraad voor Veiligheid
Geplaatst op 29-09-2017


Share on: