Van 'onderzoeken veiligheid Schiphol' tot 'bijna botsing met drone'

Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft de 'kwartaalrapportage Luchtvaart tweede kwartaal 2017' uitgebracht. Hierin staat informatie over alle ernstige incidenten en ongevallen met luchtvaartuigen die in het tweede kwartaal van 2017 zijn gemeld aan de Onderzoeksraad, de onderzoeken die zijn gestart en welke rapporten zijn gepubliceerd.

Een van de uitgebrachte rapporten betreft de 'Veiligheid vliegverkeer Schiphol', met als conclusie dat het ontwerp van de luchthaven en het afhandelingssysteem dermate complex zijn dat dit structurele problemen oplevert. "De grenzen van een veilige afhandeling van het vliegverkeer komen dan ook in zicht. Er is een fundamentele discussie nodig over de toekomst van de luchtvaart in Nederland en de mogelijkheden en beperkingen van groei van de luchthaven", aldus de Raad, die in het afgelopen kwartaal twee onderzoeken startte naar de oorzaken van ernstige incidenten op Schiphol. 

Twee voorvallen Schiphol
Bij het eerste voorval tijdens de rotatie bij een start van startbaan 18C raakte de staart van een Boeing 777 de grond. De bemanning besloot daarop uit voorzorg terug te keren naar de luchthaven. Om een landing boven het maximale landingsgewicht te voorkomen dumpte zij brandstof boven de Noordzee en keerde vervolgens terug naar Amsterdam Airport Schiphol waar een veilige landing werd gemaakt.

Bij het tweede voorval ontving de bemanning van een verkeersvliegtuig toestemming om op te stijgen, terwijl er nog een voertuig (van de vogelwacht) op de baan was. 

Noodlandingen
Onderzoeken zijn voorts gestart naar:
  • een noodlanding van een vliegtuig ASK-21 dat vanaf zweefvliegveld Malden opgestegen, het zicht op de grond was verloren. De noodlanding werd uitgevoerd in de boomtoppen van het bos dat het vliegveld omringt. Het zweefvliegtuig kwam hangend in de bomen tot stilstand (foto Luchtvaartpolitie). Geen van de inzittenden liep letsel op.
  • een noodlanding van een Diamond DA-40 dat beoogde te landen op Eindhoven Airport. Toen de gezagvoerder met de nadering wilde beginnen, bleek de motor het gevraagde vermogen niet meer te leveren. In een weiland werd een noodlanding uitgevoerd. Door het uitrollen en een sloot in het weiland brak het landingsgestel en raakte de propeller de grond. Beide inzittenden raakten niet gewond. 

Bijna botsing met drone
Ook wordt melding gedaan van een bijna-botsing tussen een Cessna F150M en een drone. De Cessna, met aan boord twee personen, was opgestegen van Lelystad Airport. In de buurt van Soest op een hoogte van 1000 voet namen zij een civiele drone waar in het vliegpad van de Cessna. De onderlinge afstand was naar schatting 15 meter horizontaal en 3 meter verticaal. De tijd voor een uitwijkmanoeuvre ontbrak. De maximum hoogte die met een drone gevlogen mag worden is 400 voet (120 meter) boven de grond of water.
Bron: Onderzoeksraad voor Veiligheid; foto: Luchtvaartpolitie
Geplaatst op 22-08-2017