Alleenstaande 20-er besteedt slechts 1,7% aan verzekeringen

Huishoudens van jongere en oudere twintigers verschillen in samenstelling. De meeste 20-jarigen wonen nog thuis, terwijl ruim zeven op de tien 29-jarigen zelfstandig wonen en betaald werk hebben. Van de 29-jarige zelfstandig wonende werkenden is 20% alleenstaand, is 28% onderdeel van een paar zonder kinderen en 23% van een paar met kinderen.

Van de 39-jarigen is 11% alleenstaand, maakt 10% deel uit van een paar zonder kinderen en 55% van een paar met kinderen. Dit blijkt uit onderzoek van het CBS. Het CBS heeft de gegevens met betrekking tot het inkomen, de uitgaven en de schulden van werkende twintigers geanalyseerd. Deze zijn in perspectief gezet door ze te vergelijken met de situatie van dertigers. Met een vergelijking van de financiële situatie en bestedingen tussen twintigers en dertigers vult het CBS het profiel van de twintiger in. Daarbij beperken de onderzoekers zich tot iedereen die hoofdzakelijk inkomen uit arbeid of uit onderneming heeft, zelfstandig woont en geen regulier onderwijs meer volgt. In 2015 bestond deze groep werkende twintigers uit 890 duizend personen. Daarvan zijn er ongeveer 10 duizend twintig jaar oud. Hoe hoger de leeftijd, hoe meer werkenden er zijn. Er zijn ruim 150 duizend werkende 29-jarigen. Bij de dertigers ligt het aantal werkenden per leeftijdsgroep tussen de 150 en 160 duizend.

De meeste werkende twintigers zijn ook economisch zelfstandig, wat wil zeggen dat ze een netto inkomen uit arbeid hebben dat boven het bijstandsniveau ligt. Het aandeel economisch zelfstandigen hangt sterk samen met de leeftijd. Vijf op de tien 20-jarige werkenden verdienden in 2015 meer dan het bijstandsniveau, tegen negen op de tien 27-jarige werkenden. Na deze leeftijd blijft dit aandeel vrijwel even groot. Een groep van 131 duizend werkende twintigers, ofwel 15 procent van het totaal, is niet economisch zelfstandig. Werkende vrouwen zijn minder vaak economisch zelfstandig dan werkende mannen; vanaf 27 jaar begint het verschil op te lopen. Bij een leeftijd van 20 jaar is 46 procent van de werkende vrouwen economisch zelfstandig en 59 procent van de mannen. Op 27-jarige leeftijd gaat het om 84 procent van de vrouwen en 92 procent van de mannen. Op 39-jarige leeftijd zijn de verschillen groter geworden en is 81 procent van de vrouwen economisch zelfstandig, tegen 95 procent van de mannen.

Hoe hoger de leeftijd van de werkende en zelfstandig wonende twintiger, hoe hoger het persoonlijk inkomen. Het doorsnee inkomen (mediaan) van een 20-jarige is 16 duizend euro. Met ieder leeftijdsjaar is dit bedrag ongeveer 2 duizend euro hoger. Daarna vlakt deze toename af. Op 26-jarige leeftijd bedraagt het doorsnee inkomen 29 duizend euro en op 39-jarige leeftijd 37 duizend euro.

De uitgaven van een huishouden hangen samen met het type huishouden. Werkende twintigers die alleenstaand zijn, besteden iets meer dan 20 duizend euro. Huishoudens die bestaan uit een paar zonder kind en waarvan de hoofdkostwinner twintiger is, besteden gemiddeld 34 duizend euro. Bij een paar met kind zijn de uitgaven in deze leeftijdsgroep iets lager. Bij de huishoudens met een dertiger als hoofdkostwinner zijn de bestedingen van het huishouden juist het hoogst onder paren met een kind. Paren met kinderen vormen de grootste huishoudens met gemiddeld 3,5 personen.

Bij alle huishoudens met twintigers als hoofdkostwinner vormen huisvesting, water en energie de grootste kostenpost. In een huishouden van samenwonende twintigers wordt gemiddeld 30% hier aan uitgegeven en in een huishouden van een alleenstaande 36%. Door paren zonder kind wordt 16% van de bestedingen uitgegeven aan vervoer, waar alleenstaanden hier 11% aan uitgeven. Alleenstaanden geven relatief meer uit aan openbaar vervoer, terwijl het bij paren vaker gaat om de kosten van een eigen auto. Aan verzekeringen geeft de alleenstaande twintiger slechts 1,7% uit. Voor een paar zonder kinderen met een twintiger als hoofdkostwinner komt 2,1% van de bestedingen op het conto van verzekeringen. Voor een paar met kind(eren) met een twintiger als hoofdkostwinner maken verzekeringen 4,9% uit van alle bestedingen. Tot de bestedingen aan verzekeringen worden alleen aanvullende premies zorgverzekering en andere verzekeringen (opstal, auto, enz.) gerekend. De basispremie zorg telt niet als besteding, maar wordt in mindering gebracht op het besteedbaar inkomen. 



 
Bron: CBS
Geplaatst op 07-06-2017


Share on: