Chef reisbureau valt sjouwend met stoel van trap

Een filiaalchef van reisbureau Zonvaart valt op 1 augustus 2013 van de trap als zij een in de weg staande oude bureaustoel de trap op sjouwt. Zij raakt volledig arbeidsongeschikt. Deze oude stoel was er neergezet door de directeur van het reisbureau, die eerder op die dag nieuwe bureaustoelen had afgeleverd. In een deelgeschil buigt de kantonrechter zich over de aansprakelijkheid.

Op donderdag 1 augustus 2013 was verzoekster van het deelgeschil samen met collega werkzaam op het reisbureau. Zij had kort daarvoor aan de directeur om vervanging gevraagd van de bureaustoelen van haar en van haar collega. De directeur bracht op die dag de twee nieuwe bureaustoelen waarom was verzocht. De twee oude bureaustoelen bleven in de winkel achter. Deze zijn bij de trap naar de 1e verdieping geplaatst, die zich achterin de winkel bevindt en vanuit de winkel is te bereiken via een smalle gang. Bij deze trap bevindt zich tevens een achteruitgang van de winkelruimte. Op die donderdag is de filiaalchef van de trap gevallen, toen zij bezig was een oude bureaustoel via de trap naar boven te tillen. Door de val heeft zij onder meer ernstig letsel opgelopen aan haar been, bestaande uit meerdere botbreuken in haar linkervoet.

De werkgever heeft op 4 oktober 2013 de arbeidsinspectie ingeschakeld. Omdat het arbeidsongeval niet direct was gemeld, heeft de inspectie op 5 november 2013 een boeterapport opgemaakt. Als gevolg van het ongeval is verzoekster volledig arbeidsongeschikt geraakt en ontvangt zij een WIA uitkering.

Aan dit verzoek legt verzoekster -samengevat- het volgende ten grondslag:
Op de dag van het ongeval had de directeur twee nieuwe bureaustoelen afgeleverd via de achterdeur van de vestiging, welke deur tevens als nooduitgang dienst deed. Zonder aanwijzing te geven, is hij vervolgens vertrokken. Zij heeft de stoelen omgewisseld en vervolgens de oude stoelen in het halletje bij de trap gezet. Omdat deze stoelen in de weg stonden, besloot zij deze via de trap naar boven te tillen. Toen zij met de eerste stoel bijna boven was, is zij van de trap gevallen met ernstig letsel tot gevolg.
 
Naast acht botbreuken in haar linkervoet heeft zij kneuzingen aan haar arm opgelopen en een beknelde zenuw in haar linkerarm. Zij heeft een posttraumatische dystrofie (crps) ontwikkeld en is als gevolg van het ongeval volledig arbeidsongeschikt geraakt.
 
Verzoekster baseert haar verzoek op art. 7:658 van het Burgerlijk Wetboek. Zonvaart Reizen heeft de zorgplicht niet in acht genomen en onvoldoende maatregelen genomen om te voorkomen dat verzoekster schade lijdt in de uitoefening van haar werkzaamheden. Door de stoelen op de vestiging neer te zetten en de nooduitgang te blokkeren heeft de werkgever een gevaarlijke situatie in het leven geroepen, zonder verzoekster voldoende duidelijke instructies mee te geven. Verzoekster had de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse gang van zaken op de vestiging. Zij kon vanuit haar verantwoordelijkheid niet anders dan de stoelen naar boven tillen, zodat deze niet meer in de weg stonden.

Hiertoe voeren verweerders (Zonvaart en de aansprakelijkheidsverzekeraar ervan Zurich plc.) samengevat het volgende aan: 
De onderhavige procedure leent zich niet voor behandeling in een deelgeschil, daar is het te complex voor. Het verschil van mening over de vraag of Zonvaart aan haar zorgplicht ex art. 7:658 BW heeft voldaan, leidt er namelijk toe dat uitgebreide bewijslevering en onderzoek naar de feiten nodig is.
 
Zonvaart heeft als werkgever aan haar zorgplicht voldaan. Zij had niet hoeven verwachten dat verzoekster de oude bureaustoelen via de trap naar boven zou tillen. Hiertoe was geen instructie gegeven en er was geen noodzaak voor. Verzoekster had de stoelen (al dan niet tijdelijk) in het halletje bij de achterdeur kunnen laten staan of desnoods in de winkelruimte kunnen plaatsen, achter een derde bureau dat daar ongebruikt stond. Overigens was de achterdeur geen nooduitgang.
 
Feitelijk klopt het verhaal van verzoekster niet, aldus verweerders. De directeur is via de voorkant van Winkelcentrum Broekerveiling naar het reisbureau gegaan om de twee nieuwe bureaustoelen af te leveren. Hij vervoerde deze in zijn stationwagen. Hij heeft beide stoelen vanuit zijn auto tegelijk meegenomen naar de voorzijde van het winkelcentrum – de schuifdeuren gaan daar automatisch open – en de stoelen vervolgens via een gladde tegelvloer naar het reisbureau gerold. In deze winkel bevonden zich verzoekster en haar collega. Omdat de collega aan het telefoneren was, heeft hij de bureaustoel van verzoekster vervangen en haar instructies meegegeven over de nieuwe stoelen en over hoe te handelen met de oude stoelen. Hij heeft de oude bureaustoel van verzoekster naar achteren geschoven en deze vervangen door een nieuwe stoel. De nieuwe stoel voor de collega heeft hij naast haar bureau neergezet. Hij ging er vanuit dat verzoekster de aan haar gegeven instructies zou doorgeven aan haar collega.
 
Verzoekster was dus geïnstrueerd wat er met de oude stoelen moest gebeuren, zo nodig konden deze buiten worden gezet voor het publiek om mee te nemen, hetgeen gebruik was bij het reisbureau.

De beoordeling door de kantonrechter
Vaststaat dat het ongeval verzoekster is overkomen in de uitoefening van haar werkzaamheden. Zonvaart is daarom op grond van artikel 7:658 BW in beginsel aansprakelijk voor de door verzoekster ten gevolge van het ongeval geleden schade, tenzij Zonvaart aantoont dat zij de in lid 1 van bedoeld artikel genoemde verplichtingen is nagekomen. Zonvaart  heeft onder meer gesteld dat zij in het onderhavige geval voldoende instructies heeft gegeven aan verzoekster hoe te handelen met de oude bureaustoelen. Daarnaast heeft zij ook gesteld dat het hier om een huis-tuin-en-keukenongeval gaat, waarbij door een werkgever nauwelijks instructies zijn te geven. Verzoekster had zich moeten beseffen dat je niet een zware bureaustoel van 30 kilogram de trap op moet sjouwen.
 
De kantonrechter acht Zonvaart op grond van art. 7:658 BW aansprakelijk voor de door  verzoekster geleden schade. Hierbij is de kantonrechter wat betreft de feitelijke gang van zaken veronderstellenderwijs uitgegaan van de versie van Zonvaart. Hiertoe wordt het volgende overwogen.
 
Voor de beoordeling is niet van belang wie uiteindelijk de oude bureaustoelen in het halletje, achter de scheidingswand bij de trap heeft geplaatst. Immers, uit de door Zonvaart in het geding gebrachte schriftelijke getuigenverklaring van de collega blijkt dat de stoelen hoe dan ook in de weg stonden: “Door de beperkte ruimte achter in Broek op Langedijk stond de stoel daar niet echt lekker.” Gelet hierop, is het logisch dat beide dames zich afvroegen wat er met de stoelen gedaan moest worden. Zelfs als de directeur tegen de dames gezegd zou hebben dat ze de oude stoelen buiten mochten zetten, dan is dit een onvoldoende instructie, nu hier geen toezicht op werd gehouden en ook geen tijdstip is genoemd waarbinnen de stoelen dan zouden moeten worden buitengezet. 
 
Zelfs indien wordt uitgegaan van de stelling van Zonvaart dat de directeur ‘heel duidelijke’ instructies had meegegeven, dan is deze stelling te summier onderbouwd, nu niet is gesteld aan wie de instructies precies zijn gegeven en wat er precies is gezegd. In dit verband is opmerkelijk dat in het verweerschrift staat vermeld, dat de nieuwe stoelen door de aanwezige werknemers direct in gebruik zijn genomen en dat de directeur de werknemers heeft verteld dat de stoelen op alle mogelijke manieren verstelbaar waren, terwijl de heer ter zitting heeft verklaard, dat de collega aan het telefoneren was en dat hij alleen het woord heeft gericht tot verzoekster en dat hij haar alleen instructies heeft gegeven in de verwachting dat zij vervolgens haar collega zou instrueren.
 
Gelet op het vorenoverwogene moet worden geoordeeld dat verzoekster heeft voldaan aan haar stelplicht als bedoeld in art. 7:658 BW. Verzoekster heeft als werkneemster schade geleden in de uitoefening van haar functie en op grond van alle voornoemde feiten en omstandigheden moet worden geoordeeld, dat Zonvaart als werkgever verantwoordelijk moet worden gehouden voor de – op zichzelf onverstandige – actie van verzoekster om de stoel(en) in haar eentje via de trap naar boven te tillen. Dat verzoekster zelf filiaalchef was, doet hier niet aan af. De stelling dat sprake zou zijn van een huis-tuin-en-keukenongeval, wordt verworpen nu de situatie zich in de winkel afspeelde en niet was gecreëerd door verzoekster (de nieuwe stoelen waren door de werkgever in die ruimte gezet), terwijl verzoekster vanuit haar verantwoordelijkheid als manager van het reisbureau handelend moest optreden. Verder sjouwt men over het algemeen thuis geen bureaustoelen.

Nu de aansprakelijkheid is gegeven, ook als wordt uitgegaan van de visie van Zonvaart, kan worden afgezien van bewijslevering, zodat moet worden geoordeeld dat de onderhavige zaak zich leent voor een deelgeschil.  Verzoekster is daarom ontvankelijk in haar verzoek.

De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter verklaart voor recht dat Zonvaart aansprakelijk is voor de materiële en immateriële schade die verzoekster lijdt en nog zal lijden als gevolg van het bedrijfsongeval dat haar is overkomen, en dat Zurich Insurance gehouden is de uitkering, die zij uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst met Zonvaart verschuldigd is, rechtstreeks aan verzoekster te betalen. De kantonrechter veroordeelt verweerders tot betaling van de kosten die aan de zijde van verzoekster zijn gevallen.  
Bron: Rechtbank Noord-Holland, Zaaknummer 5346388; Stichting PIV
Geplaatst op 24-05-2017