Samenloopgeschil: hoe ruim wordt laden uitgelegd

In deze uitspraak van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars inzake een samenloopgeschil is in het geding of de motorrijtuigverzekeraar van een bedrijf dan wel de AVB-verzekeraar van dit bedrijf de letselschade aan een werknemer ten gevolge van afgevallen lading dient te vergoeden. Belangrijk is de uitleg van het begrip 'laden'.

Een bedrijf heeft een motorrijtuigverzekering voor een vrachtwagen. Op het eigen terrein wordt op de vrachtwagen met oplegger een lading buizen geladen. De buizen lagen tot aan het dak van de vrachtwagen opgestapeld en waren niet afgebonden of op een andere wijze gezekerd. De lading kwam boven de zogenaamde rongen uit (rongen zijn verticale balken aan de zijkanten van een platte open goederenwagon, vrachtwagen of oplegger). De bundel buizen boven de rongen lag niet stabiel. De chauffeur is met de vrachtwagen met lading naar een ander deel van het terrein gereden om daar nog andere lading toe te voegen. Nadat de vrachtwagen tot stilstand was gekomen op het andere gedeelte van het bedrijventerrein, opende de werknemer van de zijwand van zeil van de vrachtwagen. Op dat moment viel een bundel buizen van de stapel af en belandde achterop de enkel/voet van de werknemer waardoor hij letsel opliep. Dient de AVB-verzekeraar van het bedrijf de schade aan de werknemer te betalen of de motorrijtuigverzekeraar?

De AVB-verzekeraar meent dat de autoverzekeraar dient te betalen, omdat de AVB-verzekering een 'excedent dekking' biedt. "Het is alleen een aanvullende verzekering voor het geval de schade van de werknemer het verzekerd bedrag onder de motorrijtuigverzekering zou overschrijden. Hiervan is geen sprake. Voorts bevat de motorrijtuigverzekering niet dergelijke bepalingen of overige na-u clausules. Dit betekent dat de motorrijtuigverzekering, bij gebleken dekking, primair dient te presteren."

Volgens de motorrijtuigverzekering is er dekking voor "zaken, anders dan tijdens laden en lossen, die zich op of in het motorrijtuig en de aanhanger bevinden, dan wel daarvan/daaruit vallen of zijn gevallen". Kern van het geschil is de vraag of hier sprake is van schade door lading tijdens het laden van de vrachtauto. Is de schade niet ontstaan tijdens het laden dan biedt de motorrijtuigverzekering dekking. Is de schade ontstaan tijdens het laden dan biedt de AVB-verzekering dekking. Dit is in overeenstemming met Samenloopregeling 3a. In die regeling hebben motorrijtuigen- en aansprakelijkheidsverzekeraars vastgelegd dat aansprakelijkheid voor schade door lading primair gedekt is op de motorrijtuigenverzekering, terwijl aansprakelijkheid voor schade door laden en lossen primair gedekt is op de algemene aansprakelijkheidsverzekering. Hiervoor zijn in de regeling aanbevolen clausuleteksten opgenomen. De bedoeling van die regeling is dat beide verzekeringen elkaar aanvullen zodat een zogenaamde spiegelbeelddekking ontstaat.  Anders dan AVB-verzekeraar "is de commissie van mening dat hier niet kan worden gesproken van een excedentdekking. Volgens de tekst van beide bepalingen is immers het laad- en losrisico niet gelijktijdig op beide verzekeringen gedekt. Schade door lading tijdens laden of lossen is primair gedekt op de AVB-verzekering en uitgesloten op de motorrijtuigverzekering."

AVB-verzekeraar stelt dat laden en lossen zo beperkt mogelijk uitgelegd moet worden: laden en lossen omvat alleen de daadwerkelijk laad- en loshandelingen. De commissie begrijpt hieruit dat AVB-verzekeraar hieronder alleen verstaat het opnemen, verplaatsen en neerzetten/-leggen van lading. De motorrijtuigverzekeraar gaat uit van een ruime uitleg: laden (en lossen) omvat het hele proces van laden (en lossen). Dus alle handelingen vanaf het openen van het vrachtgedeelte totdat het motorrijtuig gereed is de lading te gaan afleveren.

De commissie is van mening dat laden en lossen meer omvat dan alleen het opnemen, verplaatsen en neerzetten/-leggen van lading. Het openen/sluiten van de laadruimte, het verwijderen/vastmaken van bevestigingsmaterialen, het tussentijds manoeuvreren/rijden met de vrachtauto of aanhanger, en dergelijke handelingen kunnen onderdeel zijn van “laden en lossen”. De precieze afbakening van “laden en lossen” is situatieafhankelijk en zal steeds aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval moeten worden vastgesteld. Daarbij geldt wel, dat wanneer met de vrachtauto of aanhanger als onderdeel van het laad- of losproces wordt gemanoeuvreerd/gereden, vastgesteld moet worden of de wijze van manoeuvreren/rijden oorzaak is voor het afvallen van de lading. En zo zal ook vastgesteld moeten worden of het afvallen van lading zijn oorzaak vindt in een gebrek van het motorrijtuig.

Uit een analyse van het bedrijf blijkt: “Het niet stabiel plaatsen van de betreffende bundel is de directe aanleiding voor het ongeval geweest. Het verrijden van de vrachtwagen van hal naar hal kan aan deze instabiliteit hebben bijgedragen.”

Hieruit concludeert de commissie dat de initiële oorzaak voor het afvallen van de lading ligt in het niet stabiel plaatsen van de bundel buizen op de vrachtauto. Vervolgens is niet met voldoende mate van zekerheid vastgesteld dat het rijden van de vrachtauto naar een volgend laadpunt daadwerkelijk de instabiliteit van die bundel buizen heeft verergerd.  Daarmee komt de commissie tot de conclusie dat een deel van de lading foutief is geladen en, nog voordat het laadproces was afgerond, van de vrachtauto is gevallen waardoor letselschade is ontstaan. De commissie beslist dat hier sprake is van schade door lading tijdens het laden.

De commissie geeft als bindend advies dat er sprake is van dekking op de AVB-verzekering van partij A en dat geen sprake is van dekking op de motorrijtuigverzekering van partij B.



 
Bron: Geschillencommissie Schadeverzekeraars (Samenloopgeschil nr. 135)
Geplaatst op 25-01-2017


Share on: