Bedrijfsschade: helft ondernemingen onvoldoende verzekerd

Ongeveer de helft van de ondernemingen is onvoldoende verzekerd tegen de gevolgen van bedrijfsschade na een brand. Dat stelde Raymond Bothof RA re van schade-expertisebureau Context bv tijdens een expertsessie op het Zakelijk Platform van brancheorganisatie Adfiz. Een van de oorzaken daarvan is dat men bij de vaststelling van het verzekerd bedrag onvoldoende rekening houdt met de toekomst.


Uit onderzoek blijkt dat ondernemers met name fraude, cyber en aansprakelijkheid als de grootste risico’s voor hun continuïteit ervaren. Het brandrisico blijkt onderschat te worden. Ongeveer de helft van de bedrijven blijkt nadat hun bedrijf is afgebrand, daar niet meer bovenop te komen c.q. binnen een termijn van twee jaar failliet te zijn. Dat komt doordat ongeveer de helft van de bedrijven onvoldoende verzekerd is voor het bedrijfsschaderisico. 

Een gesloten bedrijfsschadeverzekering kan tekortschieten bijvoorbeeld doordat niet alle bedrijfsrisico’s en of bedrijfsonderdelen verzekerd zijn, de benodigde verzekerde termijn te kort is ingeschat of het verzekerde bedrag te laag is. Een te lage vaststelling van het verzekerde bedrag kan bijvoorbeeld doordat alleen de ‘vaste kosten’ aangemerkt werden als te verzekeren in plaats van het totaal van vaste kosten en netto winst. Ook bij de afweging vast en variabele kosten gaat het mis. Vaak blijken de ‘variabele’ kosten helemaal niet weg te vallen bij een korter durend door een calamiteit veroorzaakt stilliggen van een bedrijf.

Het bedrag kan ook te laag worden vastgesteld doordat bedrijven sterk groeien. Volgens Raymond moet bij het vaststellen van het verzekerd belang daarom niet alleen naar het verleden worden gekeken, maar vooral naar de toekomst. Zonder deze vooruitziende blik blijkt het verzekerde belang al snel onvoldoende te zijn en buiten het vangnet van een eventuele increase/decrease clausule te vallen. Een bijkomend effect van een ‘verzekerd belang opgave’ is dat er teruggekeken wordt naar een termijn waarin geen schade is geweest; het is een middel om de naverrekening te bepalen. Hierdoor bestaat er volgens Raymond een belang om de opgave laag te houden. 

De verzekering kan onvoldoende zijn ten aanzien van de termijn, doordat bij de inschatting van de hersteltermijn onvoldoende rekening gehouden wordt met realistische herbouw- en herstelperioden. Ook is het belangrijk dat er een beeld wordt gevormd over het klantgedrag na een schade: Zijn klanten trouw? Kunnen ze worden behouden? Zijn ze zelfs afhankelijk van de getroffen ondernemer? In het laatste geval zal de klant bij een langdurige calamiteit op zoek moeten naar alternatieve leveranciers en bijvoorbeeld van een single-sourcing strategie overgaan op een dual-sourcing strategie. In een dergelijk geval kan het nog langer duren voordat de omzet van het door brand getroffen bedrijf weer op het oude niveau is en het bedrijf helemaal hersteld is.

Een belangrijk onderdeel van de inschatting voor de verzekerde termijn is de wijze waarop de ondernemer denkt het hoofd te kunnen bieden aan een calamiteit. Hoe weerbaar denkt hij dat hij is? Raymond Bothof vertelt dat hij in de praktijk ondernemers tegenkomt die er uit zichzelf alles aan doen om hun bedrijf weer gezond te krijgen, maar dat er ook ondernemers zijn die daarbij meer hulp nodig hebben. Raymond Bothof sloot zijn verhaal af met een checklist voor de adviseur: aan welke aspecten kun je denken tijdens een adviesgesprek. 

Deze checklist vindt u in zijn presentatie
Bron: Adfiz; Context bv
Geplaatst op 18-10-2017